maandag 30 september 2019

Tweede aanvulling op idee motiemarkt

Inleiding
De op 16 september gehouden raadsvergadering was aanleiding om onderstaand bericht aan raads- en commissieleden te sturen. De wijze waarop een aantal agenda daar werd besproken of van de agenda afgevoerd was, in ieder geval voor mij,  illustratief voor de noodzaak mijn ingediende ideeën over te nemen.

Motiemarkt vervolg 2
Geachte marktbezoekers,
Zoals ik al eerder opmerkte toonde de vergadering van de commissie inwoners en bestuur al aan dat het zinvol is mijn ideeën voor de motiemarkt over te nemen. In de raadsvergadering van 16 september werd dat nog versterkt. Het duurde daar een half uur voordat voldoende duidelijk was waar de vergadering over zou gaan. Deze keer wel extreem, maar het agendapunt “vaststellen agenda” is altijd spannend.
Ik beperk me nu tot enkele willekeurige aspecten      

Een raadsbesluit is in Grave dikwijls geen beslissing, maar een vraag om meer informatie. 
Of het besluit initieert de noodzaak van een ander besluit. Een voorbeeld van de laatste vorm is het raadsbesluit om te investeren in het multifunctioneel centrum Catharinahof. Een deel van de financiering werd gedekt door de verkoop van gemeenschapscentra. Daar is later toch van afgezien of de verkoop is mislukt. Het financieringsbesluit voor het MFC moest dus worden gerepareerd. Dat in de financiering van het sportpark Kranenhof geen rekening is gehouden met de eventuele opbrengst van de vrijkomende gronden is dan ook een sterk punt.

  • Mijn eerste idee is om nu een duidelijke uitspraak te doen over de bestuurlijke toekomst van Grave. Ik heb getwijfeld of ik dat, gezien de te verwachten reacties, als idee zou inbrengen. De reactie van de wethouder op de vraag van LlvC-Grave over de toekomst van CGM toonde aan, dat zo’n besluit dringend nodig is. Het college is duidelijk bezig met de opbouw van een eigen ambtelijk apparaat en gaat er blijkbaar uit dat Grave zelfstandig blijft. Daarover is geen raadsuitspraak. We zijn met z’n allen niet verder gekomen dan tot de volgende verkiezingen niet te praten over één gemeente Land van Cuijk en onderzoek te doen naar samengaan met Mill en Cuijk. Die optie is weggevallen. Wat nu verder? Het college is met de opbouw van een eigen ambtelijk apparaat bezig. Accepteert de raad dat? Dus is mijn eerste idee om in ieder geval iets vast te leggen  nog zo gek niet
  • Een ander voorbeeld is het besluit van 12 februari 2019 over het sportpark. Via een amendement op het voorstel werd het college opgedragen met meer informatie te komen. Ook al uit de behandeling van dit onderwerp op 16 september 2019 bleek dat een deel van de raad die informatie nodig had om tot een oordeel te komen. Een ander deel van de raad meende dat met het voorstel te investeren was ingestemd met als voorwaarde dat de aanvullende informatie zou worden verstrekt. Daaraan was voldaan, dus het had een A-stuk kunnen zijn, zoals de VVD opmerkte.
Een raadsbesluit vraagt voorbereiding. Daaraan wordt vaak door veel personen en instanties op verschillende tijdstippen een bijdrage geleverd. De kunst is dan ook de nodige inbreng op het juiste tijdstip te laten leveren. Daarvoor moet bij de start te worden gezorgd; anders gezegd er is een startdocument nodig. In Grave ontbreekt het daaraan met als gevolg dat het te vaak voorkomt dat, als de raad voor de eindbeslissing staat, er opeens nog allerlei problemen opduiken. Het opstellen van zo’n startdocument kan heel simpel zijn, maar ook complex. Dat hangt samen met de opzet van het gemeentelijk bestuur. Daarom daar enkele opmerkingen over.
  • Het gemeentebestuur kent drie bestuursorganen: de burgemeester; het college van B&W en de gemeenteraad. Ieder heeft zijn eigen bevoegdheden om besluiten te nemen, maar kan niet volledig onafhankelijk van de anderen opereren. De gemeenteraad stelt de hoofdlijnen van het beleid van en controleert het college. Die controletaak strekt zich ook uit tot de details. Daarom is het noodzakelijk dat de raad de besluitvormingsprocessen binnen het college volgt. En dat gebeurt in Grave te weinig.
  • Voor een aantal gemeentelijke bestuurstaken is een wettelijke procedure voorgeschreven. Dat vraagt vooral bij projecten op het terrein van de ruimtelijke ordening aandacht. Voor een bestemmingsplanwijziging, die in veel gevallen nodig is, bestaat zo’n procedure. In de laatste jaren is daarin nog al wat gewijzigd en binnen afzienbare tijd zal de nieuwe omgevingswet in werking treden met blijkbaar grote gevolgen ook voor degenen die worden bestuurd. Volgens de huidige regelgeving geldt nog een strikte procedure waarin is vastgelegd wanneer wie er zich mee mag bemoeien en wanneer. Dus is zo’n procedure een pijplijn en dat betekent dat alle inspraak en overleg moet zijn afgerond alvorens de formele procedure wordt gestart. Zeker bij de agendapunten over de rotondes en het sportpark heeft dat tot problemen geleid.
  • Al geruime tijd beperkt het gemeentebestuur zich niet alleen tot het opstellen van de spelregels. De gemeente speelt zelf ook mee; anders gezegd: de gemeente schrijft niet alleen voor maar onderhandelt ook. Het gemeentebestuur moet in zo’n publiek-private samenwerking (PPS) vanaf het begin zeer zorgvuldig opereren. Deze problematiek heeft vooral bij de herontwikkeling van de scheepswerf en de fusie van de voetbalverenigingen annex sportpark gezorgd voor onrust en onduidelijkheid.
De organisatie van het Graafse bestuursproces dient nog te worden verbeterd. Dat is dan ook mijn tweede idee. De vier rollen burgemeester, college, commissies en gemeenteraad opereren te veel los van elkaar. Zij moeten hun activiteiten veel meer op elkaar afstemmen. Een paar voorbeelden. 
  • Als het college eenmaal een raadsvoorstel heeft afgeleverd is het nagenoeg onaantastbaar. De agendacommissie (met de status van een overleggroep) kijkt niet inhoudelijk naar het voorstel. Er wordt voornamelijk gelet op de relatie beschikbare en nodige vergadertijd. De formele commissies inventariseren of alle vragen zijn beantwoord en zo niet verzoekt het college dit alsnog voor de raadsvergadering te doen. Uiteindelijk geven de commissie aan of het een zogenaamd A- of B-stuk is. Daarbij is één commissielid voldoende voor een B-stuk. Bij het vaststellen van de agenda in de raadsvergadering is het niet zo moeilijk van en A-stuk alsnog een B-stuk te maken.Mijn suggestie. Breng een voorstel als concept in de functionele commissie en laat die commissie het college adviseren wat er moet gebeuren. Dat kan variëren en zelfs verdeeld zijn. Het is dan aan het college te bepalen of, hoe en wanneer het voorstel aan de raad ter beslissing wordt voorgelegd. Deze aanpak heeft wel gevolgen voor de samenstelling van de commissie en het tijdschema van de raadcyclus.
  • De raad moet het college controleren. Het brengt met zich mee dat de raad vanaf het begin de activiteiten van het college moet volgen om tijdig te kunnen bijsturen. De beste en ook de makkelijkste manier is om op de agenda van de commissie een vast punt voortgangsrapportage projecten te zetten. En als je dan toch bezig bent doe hetzelfde met ingekomen brieven. Behandel die inhoudelijk in de commissie. Als er dan toch in de raad over gesproken moet worden kan dat tenminste voorbereid gebeuren.
Met deze twee voorbeelden zijn we er nog lang niet. De inschakeling van de bevolking zal heel veel zorg vragen en ook grote gevolgen hebben. In Grave gebeurt dat nog veel te passief ,te laat en vaak niet meer dan wettelijk voorgeschreven. Vergelijk alleen (zolang het nog kan) de informatiepagina’s van Cuijk Grave en Mill als bijlage in de Graafsche Courant maar eens met elkaar.

Om af te sluiten enkele opmerkingen over de behandeling van de kaders voor de scheepswerf, de fusie van de voetbalverenigingen en het bestemmingsplan voor de rotondes in de N324.

De scheepswerf. In de commissie was al gebleken dat niemand met het voorstel gelukkig was maar dat iedereen wel vond dat er iets moest gebeuren. Maar het raadsvoorstel lag er wel en dus had raad de keuze tussen 4 kwaaien:
  • van de agenda afvoeren en dan zou er dus niets gebeuren en bleef de vraag boven de markt hangen of de motie van de raad was uitgevoerd;
  • het voorstel afwijzen en dan kreeg de raad niet wat in de motie was gevraagd;
  • Het voorstel amenderen, maar hoe zou dat in de raadsvergadering moeten en wel  voor 22:30 uur?
  • Het voorstel toch maar aannemen in de wetenschap dat de ontwikkelaar al te kennen had gegeven dat een deel van de kaders niet acceptabel was.
LPG kwam met een creatieve maar merkwaardige oplossing; het voorstel werd van de agenda afgevoerd en er werd een motie , nu buiten de orde, ingediend om tot een nieuw voorstel te komen.

We hebben hier te maken met een PPS-project dat dus gestart moet worden met een intentieovereenkomst tussen gemeente aan de ene kant en eigenaar en ontwikkelaar aan de andere. In die overeenkomst wordt naast een hoop andere zaken vastgelegd welke uitgangspunten iedere partij heeft en welke daarvan niet onderhandelbaar zijn. Over de wijze waarop zo’n PPS vorm moet worden gegeven met fase indeling en beslismomenten is voldoende literatuur beschikbaar. Omdat hier zeker ook RO-procedures aan te pas komen en er dus sprake is van pijplijnen dient al het niet wettelijk voorgeschreven overleg, dus ook met omwonenden, plaats te vinden alvorens de pijplijn wordt betreden.

Het sportpark. De besluiten zijn genomen en dus is dit achterafgepraat. Het is dan ook bedoeld als bewijs dat overnemen van mijn idee om tot een beter bestuur te komen noodzakelijk is.

Tijdens de vergadering werd al opgemerkt dat het hier niet gaat om een burgerinitiatief dat alle lof en ondersteuning verdient. Een burgerinitiatief is niets meer dan een noodingang tot het gemeentebestuur. Een groep burgers kan dit gebruiken om toegang tot het bestuurlijk apparaat te krijgen als dit apparaat signalen uit de maatschappij kennelijk niet oppikt. Daarbij komt men overigens niet verder dan dat het onderwerp al of niet op de agenda wordt gezet. Anders gezegd: het wordt al of niet in de planning en control cyclus opgenomen. Inhoudelijk wordt er nog niets mee gedaan.

Waar het wel om gaat is het uitvoeren van gemeentelijk beleid (programma 4 kind cultuur en sport). Het bijzondere is dat een private instelling, in dit geval de drie voetbalverenigingen die willen fuseren, het initiatief voor dit project hebben genomen. Het is dus een vorm van een PPS. Die diende dus te starten met een intentieovereenkomst waarin beide partijen hun uitgangspunten vastleggen. Voor de gemeente betekent dit o.a. aangeven hoe hetgeen de voetbalverenigingen nastreven past in het totale kind, cultuur en sportbeleid. Omdat aan de gemeente geld wordt gevraagd dient het project ook te passen in het financiële beleid van de gemeente dat voor het probleem staat dat er structureel meer wordt uitgegeven dan binnenkomt. Het gaat dus niet alleen om de vraag of er voor dit project voldoende geld is. De vraag is ook of met voldoen aan deze vraag andere sportverenigingen en andere beleidsterreinen niet te kort wordt gedaan.

Het antwoord op deze vragen zou in de kadernota en eventuele beleidsnota’s op het gebied van kind, cultuur en sport te vinden moeten zijn. We weten allemaal dat zowel de financiële kant van de kadernota en de beleidsnota over de rol van de gemeente bij de sport nog aan de orde moeten komen. Dat die vraag pas laat is gesteld komt omdat de gemeente niet vanaf het begin een actieve regie heeft gevoerd. Een euvel dat al jaren lang mede oorzaak is dat problemen pas opdoemen vlak voordat een besluit wordt genomen.

Dat initiatiefnemers uit de voetbalverenigingen ook deel uitmaken van of nauwe banden hebben van het gemeentebestuur heeft het gemis van een duidelijke gemeentelijke regie versterkt. Terecht heeft LPG in de raadsvergadering opgemerkt dat vermengen van de rol van gemeentebestuurder en actieve deelname aan het maatschappelijk leven onvermijdbaar en zelfs wenselijk is. Problemen hadden kunnen worden voorkomen door er voor te zorgen dat in de projectgroep die de zaak voorbereidde voor de voetbalverenigingen en de gemeente verschillende deskundigen waren opgenomen. De gemeente had dan ook direct de andere sportverenigingen bij de ontwikkeling kunnen betrekken. Ook zouden integriteitsdiscussies dan overbodig zijn geworden.

Op die manier had de gemeente ook de omwonenden en misschien zelfs nu nog onbekende belanghebbenden bij de voorbereiding kunnen betrekken. Voor hun bescherming zijn ze nu aangewezen op de RO-procedures en vanaf het moment dat de omgevingsvergunning is aangevraagd is dat een pijplijn. En zeker nu, om tijd te winnen, de raad heeft ingestemd met gebruik van een nauwere pijp is de wettelijke bescherming minimaal. Of er nog tijd is te vinden om de omwonenden gerust te stellen alvorens de procedure wordt gestart zal moeten blijken.

De bestemmingsplannen voor de rotondes Tolsestraat en Wisseveld. 

In wezen gaat het natuurlijk om de verplaatsing van het benzinestation. Dat daar nu pas discussie over komt is ook hier veroorzaakt door de veel te passieve houding van de gemeente ten opzichte van haar burgers en in de gemeente werkzame ondernemers.

Het gaat om een project van de provincie en die is inderdaad primair verantwoordelijk voor het betrekken van belanghebbenden, en dat zijn in dit geval alle geïnteresseerde weggebruikers. De provincie heeft dat op haar manier gedaan.

Voor onderdelen van het plan is een bestemmingsplanwijziging nodig en daar moet de gemeente voor zorgen. En ook in dit geval heeft de gemeente zich beperkt tot de wettelijk voorgeschreven procedure. Bij de keuze van de nieuwe locatie van het benzinestation is het college afgegaan op een ambtelijk advies. Kennelijk zonder iemand “aan de voorkant” te consulteren, is aan de provincie meegedeeld dat de gemeente Grave instemt met de gekozen plek. De provincie heeft dus de aanvraag ingediend en de pijplijnprocedure is keurig gevolgd. Het voorontwerp heeft ter inzage gelegen en dat is blijkbaar ook direct belanghebbenden. Wie leest nu elke week de officiële mededelingen om na te gaan of er iets bij is waar hij of zij belang bij heeft? Pas nu het bestemmingsplan in de raad komt en de mogelijkheid om nog invloed uit te oefenen beperkt is wordt de locatie ter discussie gesteld. Het enige dat de raad nog kan doen is het bestemmingsplan afwijzen en daarmee het college in zijn hemd zetten.

Maar misschien krijg het college van de provincie alsnog de tijd om aan heel Grave uit te leggen dat dit de juiste plek is en dan kan de raad alsnog met het bestemmingsplan instemmen en vervolgens maatregelen nemen om herhaling van dit soort problemen te voorkomen.

Slot
Overnemen van mijn ideeën over een goed gemeentebestuur zal kunnen helpen



maandag 9 september 2019

Aanvulling op idee motiemarkt


De vergadering van de commissie ruimte van 3 september 2019 gaf mij stof voor onderstaande aanvulling die ik dan ook aan de raads- en commissieleden heb gestuurd.

Geachte dames en heren raads- en commissieleden,

Onlangs heb ik mijn ideeën voor de motiemarkt ingeleverd. Uit het laatste griffiebericht begrijp ik dat u pas na 15 september kennis krijgt van de ideeën. U kunt de mijne wel al vinden op https://graafsetribune.blogspot.com

Ik heb de motiemarkt altijd al een merkwaardige en ingewikkelde manier gevonden om ideeën onder de aandacht van het gemeentebestuur te brengen. Ik besef dat merkwaardig en ingewikkeld toch wel een leuke avond op kan leveren. Wel denk ik dat mijn voorstellen daar minder aanleiding voor zullen geven. Eigenlijk hebben mijn voorstellen alleen nut als alle raads-en commissieleden de zin inzien van een structurele andere aanpak van bestuurlijke processen in onze gemeente.

Ook in mijn ideeën voor de motiemarkt is de aandacht daarbij vooral gericht op de deelname van niet-bestuurders aan het hele bestuurlijke proces. Uit de gang van zaken in de afgelopen vergadering van de commissie ruimte is weer gebleken dat in Grave de inhoudelijke discussie vaak pas begint als het definitieve raadsvoorstel ter besluitvorming voorligt. Kort gezegd, het script voor besluitvormingsproces deugt niet. Ieder proces kent fasen die ieder moeten worden afgesloten met een besluit om al of niet door te gaan. Het orgaan dat een eindbeslissing (ook van een deelproject) neemt dient ook het startsein te geven voor de voorbereiding van die beslissing. Dat waarborgt dat de beslisser het proces kan volgen en zo nodig bijsturen.

Speciale aandacht vraagt de rolverdeling tussen gemeenteraad, college, burgemeester, commissies en ambtelijk apparaat. Die organen opereren nu nogal los van elkaar. Naar mijn gevoel zal vooral de rol van de commissies moet veranderen, Zeker bij het actief volgen van processen kunnen commissies meer worden ingeschakeld.

Wellicht ontstaat de vrees voor een ingewikkeld bureaucratisch systeem. Dat is niet nodig, wel dwingt het op gezette tijden tot concrete uitspraken. De gemeenteraad van Grave is nogal goed in het nemen van besluiten die niet meer inhouden dan uitstel wel een werkelijke beslissing.

Ter illustratie een paar opmerkingen over de onderwerpen die in de commissie ruimte aan de orde zijn geweest en over de fusie van de voetbalverenigingen die nog in de commissie moet worden behandeld.

Reconstructie N324.
Dit is een project van de provincie. De gemeente Grave dient een financiële bijdrage te leveren aan diverse kruisingen en de plannen een juridische status te geven door ze vast te leggen in bestemmingsplannen. Beide facetten zijn een bevoegdheid van de gemeenteraad. Dat wil dus zeggen dat deze deelprojecten actief door de raad moesten worden gevolgd. Dat is maar zeer beperkt gebeurd. De kredieten zijn in goed vertrouwen gevoteerd en de bestemmingsplannen hebben de formele weg gevolgd en zijn door de raad vastgesteld zonder dat die zich er intensief mee had beziggehouden. Dat is goed gegaan, ook omdat de provincie in de aanloop belanghebbenden in de ontwikkeling had meegenomen.
Zo werd ook de verplaatsing van het benzinestation aangepakt. Uiteindelijk zou de gemeenteraad de beslissing over de locatie moeten nemen in de vorm van het vaststellen van een bestemmingsplan. De raad werd er echter niet actief bij betrokken en bijgevolg kreeg het ook weinig echte publieke aandacht. Ja, via via werd bekend dat niet de rotonde bij de Bonskazerne, maar de rotonde bij het Wisseveld de nieuwe plek zou zijn. Er is een B&W-besluit openbaar gemaakt en een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. De reacties daarop zijn verwerkt en een raadsvoorstel voor vaststelling van het bestemmingsplan aan de gemeenteraad voorgelegd. De publieke informatie bleef beperkt tot formele publicaties die vaak hun doel niet bereiken en een wat verscholen onderwerp in een algemene inloopavond.
Toen werd opeens iedereen wakker. Er kwam een inspreker en de discussie ontbrandde, maar meer over de procedure dan over de inhoud

Wat nu?
Volgens mij kan de gemeenteraad niets anders dan instemmen met het bestemmingsplan. Door te zwijgen heeft de raad immers goedkeuring verleend aan de locatiekeuze en de inspreker heeft kennelijk de mogelijkheid gemist een zienswijze in te dienen op het voorontwerp. De locatiekeuze zal wel, zij het achteraf, moeten worden toegelicht

Ontwikkeling scheepswerfterrein
Initiatiefnemers zijn logischerwijze de eigenaar van het gebied en de ontwikkelaar, die kennelijk door de eigenaar is gekozen. De rol van de gemeente is de belangen van de gemeente en de gemeenschap te waarborgen. Dat zal uiteindelijk gebeuren door het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan voor het gebied, maar misschien ook door het aangaan van overeenkomsten, bijvoorbeeld op financieel terrein. Een complexe situatie omdat mag worden aangenomen dat eigenaar/ontwikkelaar en gemeente verschillende doelstellingen nastreven. Omdat in de bestemmingsplanprocedures derden, zoals inwoners van de binnenstad een belangrijke (o.a. tijdsbepalende) rol spelen dienen die ook vanaf het begin worden meegenomen.
Omdat de gemeenteraad uiteindelijk de beslissing heeft over het resultaat dient de gemeenteraad ook het startsein te geven. Let wel dit moet niet in de vorm van een oekaze aan, maar in een overeenkomst met de initiatiefnemers over de aanpak, de rolverdeling, de communicatie met de buitenwereld en niet te vergeten een afscheidsregeling. (N.B. Formeel worden dergelijke overeenkomsten door het college gesloten. Het college moet dit dus doen met nadrukkelijke instemming van de raad)
Dit is tot nu toe niet gebeurd. Het college, dat inderdaad de zaak voor de gemeenteraad moet voorbereiden, is zonder zichtbare structuur gaan overleggen met eigenaar/ontwikkelaar. Op een gegeven moment heeft de raad via een motie het college gedwongen met een “kader stellende nota” te komen die de randvoorwaarden zou bevatten waarbinnen eigenaar en ontwikkelaar de plannen zouden moeten ontwikkelen en realiseren. Het college is met een raadsvoorstel gekomen, waarvan in de commissie al bleek dat dit niet was hetgeen de raad voor ogen had met de motie. Dat derden alsnog de gelegenheid kregen in de commissievergadering hun mening over de nota te geven kwam natuurlijk te laat. De ontwikkelaar maakte zelfs al via een brief kenbaar bezwaar te hebben tegen enkele beperkingen die in de nota werden opgelegd.

Wat nu?
Vaststellen van de nota heeft op dit moment geen zin. Wel zou het college opdracht moeten krijgen met eigenaar en ontwikkelaar een, noem het maar, definitiedocument op te stellen waarin doelstellingen van partijen, betrokkenen bij het project, communicatieopzet en alles wat dies meer zijn vastgelegd. Dat hoeft helemaal niet zo tijdrovend te zijn. In het stuk mag ook duidelijk blijken waar tegenstellingen tussen partijen blijken. In de bijbehorende planning wordt dan aangegeven wanneer die tegenstellingen moeten zijn opgeruimd. Belangrijk is ook dat rapportagemomenten zijn bepaald.

De vestingvisie
De gemeenteraad heeft geïnvesteerd in een vestingvisie, die bij de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente een belangrijke rol zou moeten vervullen. Na uitgebreide studies en overleg is die aan de raad ter vaststelling voorgelegd. Uiteindelijk is die visie gedevalueerd tot een “inspirerende leidraad”. In discussies wordt die term ook al wat lacherig ingezet. Dat valt te betreuren. Beter is het die visie voor de gemeente als uitgangspunt te hanteren. Plannen in het gebied van de vestingvisie dienen die visie te versterken. Als dit ter plekke, en dan meestal om economische redenen, niet mogelijk is zou compensatie elders kunnen helpen. De vestingvisie dient te worden verdedigd tegen aanvallen van buiten!

De fusie van de sportverenigingen en het sportpark

Ook dit een voorbeeld van een project waarbij de rol van de gemeenteraad te laat is onderkend. De gemeente heeft niet voor niets een planning- en controlcyclus die voorschrijft dat projecten via de kadernota in de planning worden opgenomen. Ook een fusie van verenigingen vereist een gedegen voorbereiding en daarin is door de betrokken verenigingen goed werk verricht. Dat daarbij accommodatie een rol is gaan spelen is logisch en dat een volledig nieuwe daarbij het ideaal is, is ook niet verrassend. Ook te verwachten was dat de gemeente zou worden benaderd om de noodzakelijke investering mogelijk te maken. Dat is echter niet gebeurd. Ja via persoonlijke contacten raakte de gemeente wel betrokken bij de ontwikkelingen. De eerste keer dat de gemeente bestuurlijk moest optreden was op basis van het raadsvoorstel voor de raadsvergadering van 12 februari 2019. Dat leidde tot een aantal vragen die nu weliswaar zijn beantwoord maar daarbij is niet ingaan op het basisprobleem: is een dergelijke investering in drie van de vier voetbalverenigingen verantwoord voor een gemeente als Grave, die beoogt zelfstandig, dus ook financieel gezond, te blijven? De huidige financiële positie van de gemeente legt nog extra druk op deze vraag.

Ook is de gemeente niet in de gelegenheid geweest een aantal zaken tijdig aan de orde te stellen, laat staan er invloed op uit te oefenen.
·         Allereerst dient de gemeente het belang van alle sportverenigingen en daarbinnen van alle voetbalverenigingen te dienen. Een voorwaarde vanuit de gemeente dat alleen wordt meegewerkt aan een fusie van alle voetbalverenigingen zou ik logisch hebben gevonden.
·         De indruk wordt gewekt dat de nieuwe accommodatie een voorwaarde is voor het tot stand komen van de fusie. Wat gebeurt er met de fusie als de gemeenteraad het voorstel deze keer niet volledig goedkeurt? Gaat dan de fusie niet door? Wat gebeurt er dan met de drie verenigingen?
·         De verenigingen nemen samen een enorme verplichting op zich. Die verplichting vereist een grote inzet ven vrijwilligers over een reeks van jaren. Is het aangaan van die verplichtingen niet eerder een belemmering voor het succes van de fusie? Wordt het voor voetballers niet aantrekkelijker om lid te worden van Gassel?
·         Zijn er echt geen mogelijkheden de fusie (van de vier) voetbalverenigingen te laten beginnen op de huidige locaties?
·         De financiële truc om een in tijd begrensde structurele bijdrage in onderhoud om te zetten in een investeringsbijdrage die veel langer op de begroting drukt lijkt mij twijfelachtig. Gaat de provincie als toezichthouder daar mee akkoord?

Blijkbaar ligt er ook een enorme tijdsdruk op het nemen van een positief raadsbesluit. Dit had moeten en kunnen worden voorkomen.

Wat nu?
Het voorstel is financieel gezien voor de gemeente Grave onverantwoord. Dat wil niet zonder meer zeggen dat het ook moet worden afgewezen. Een fusie van de voetbalverenigingen moet er komen en zeker gezien de voorgeschiedenis, die de raad heeft laten gebeuren, moet de gemeente wel steun geven. Het antwoord op bovenstaande vragen helpt misschien.


Slotwoord

Ik heb deze notitie geschreven naar aanleiding van de aan de gang zijnde raadcyclus ter onderstreping van de noodzaak iets te doen met de ideeën die ik heb ingediend. Tijdens de markt zelf kan ik daar niets aan toevoegen.

Met vriendelijke groeten,

Leo de Vreede
Grave, 9 september 2019.

Bijdrage aan motiemarkt


Bijdrage aan motiemarkt 25 -9-2019

Verantwoording
De motiemarkt is georganiseerd om de belangstelling van de burger bij het gemeentebestuur te verhogen. Ik vind dat geen goed middel. Mede door de zeer beperkte publiciteit, worden vooral mensen bereikt die toch al betrokken zijn. Die mensen zijn ook al bekend met de structurele mogelijkheden om via partijen, wijk- en dorpsraden en desnoods brieven aan de gemeenteraad hun ideeën en grieven kenbaar te maken.
Een motiemarkt of ander evenement kan ter afwisseling best leuk zijn maar draagt op zich niet bij aan verbeterde communicatie. Daarvoor is een structurele aanpak nodig.
Laat ik daarom de wel beschikbare motiemarkt maar aangrijpen om enkele ideeën aan te dragen om juist die structurele aanpak te bevorderen.

Inleiding
In Grave functioneert het structurele communicatiesysteem burger-gemeentebestuur niet voldoende. Dat wordt al lang erkend en nog onlangs heeft de gemeenteraad daarom een nieuwe werkwijze vastgesteld. Die nieuwe werkwijze is echter vooral intern gericht om de communicatie binnen het gemeentebestuur te verbeteren. Die is ook echt verbeterd, maar het grote probleem, de betrokkenheid van de inwoner is gebleven. Ook binnen het gemeentebestuur zelf is het betrekken van de inwoners bij projecten en besluitvorming geen vanzelfsprekendheid. Twee recente voorbeelden:
  •          Voor 26 augustus was een werkbespreking van de raad vastgesteld. Volgens de nieuwe werkwijze is die alleen bestemd voor raads- en commissieleden. In de agendacommissie  van 20 augustus bleek dat niemand bezwaar had tegen volledige openheid. Dus werd de bijeenkomst openbaar. Alleen ontbrak de tijd die fatsoenlijk aan te kondigen.

·      Op de raadsagenda voor 16 september staat de nota waarin de kaders worden vastgesteld voor de ontwikkeling van het scheepswerfterrein. Een puur ambtelijk technisch voorstel ligt voor. Al jaren roept de raad dat belanghebbenden en inwoners “aan de voorkant” moeten worden betrokken.
Ik heb daarom een “spoedidee” aan de raadsleden gericht. In de agendacommissie van 20 augustus werd afgesproken stakeholders en wijkraad actief voor de vergadering van de commissie ruimte op 3 september uit te nodigen. Mijn idee hield meer in, maar meer was op dat moment niet te bereiken. De mogelijkheid betrokkenen uit te nodigen bestaat al lang, maar is geen vanzelfsprekendheid.

Sinds de invoering van ons bestuurlijk stelsel -bestaande uit rijk, provincie en gemeente met het waterschap als functioneel bestuursorgaan daarnaast- is er in de maatschappij en ook bij de individuele bewoner veel veranderd. Bij de organisatie van het bestuur moet daar rekening mee worden gehouden.

In het systeem is de plaats van inwoning bepalend voor de plaats waar de burger via de verkiezingen (inclusief daaraan gekoppelde referenda en opiniepeilingen) invloed op het bestuur kan hebben. Dat de plaats weer je woont bepalend is voor je hele leven is al lang niet meer zo.
Ook projecten en processen beperken zich niet meer tot een woonplaats, zeker als het gaat om beleid bepalen.

Het samenvoegen van gemeenten is daarom al lang een gebruikelijke aanpak. Ook de huidige gemeente Grave is het resultaat van een aantal herindelingen. Nog in 1994 werd het dorp Gassel bij de gemeente Grave gevoegd, zoals met Escharen en Velp al eerder was gebeurd.
Zeker nu het rijk belangrijke taken aan gemeenten heeft toegewezen blijkt dat veel gemeenten te klein zijn om die te kunnen aanpakken. Gemeenschappelijke regelingen zijn dan noodverbanden, die alleen door gemeentefusies kunnen worden gestructureerd.
Zelf vind ik dat je met het vergroten van gemeenten niet kunt doorgaan, maar dat valt buiten het kader van deze motiemarkt!

Aan de andere kant is ook de burger veranderd. Van een tot een bepaalde levensbeschouwing (religie en politiek) behorende gezagsgetrouw lid van de gemeenschap met vertrouwen in het bestuurlijk gezag is van hij tot zij ontwikkeld tot een zelfstandig opererend individu.

Dat is moeilijk in te passen in ons huidig parlementair democratisch systeem. Dat systeem houdt in dat vertegenwoordigers worden gekozen die de beslissingen nemen. De gekozen vertegenwoordigers kunnen hun besluiten niet langer zonder meer baseren op partijprogramma’s maar moeten veel meer de individuele burger bij het proces  betrekken. Niet alle burgers zullen geïnteresseerd zijn om zich in alle bestuurlijke processen te verdiepen.

Aan de andere kant moet de individuele burger ook beseffen dat het tot democratie behoort dat eenmaal genomen besluiten ook worden geaccepteerd.

Dit alles levert een enorm spanningsveld op dat zich in de hele wereld ook aftekent en niet met de motiemarkt is aan te pakken. Daarom nu twee ideeën om daar toch een start mee te maken.

Idee 1 Neem een eenduidige beslissing over de gemeentelijke herindeling

Grave heeft nog steeds geen uitspraak gedaan over het voorstel om te komen tot één gemeente Land van Cuijk. Dit voorstel is tot stand gekomen in jaren van gemeenschappelijke samenwerking, waarin Grave een belangrijke rol vervulde. In het huidige bestuursakkoord is alleen opgenomen dat deze periode niet wordt meegewerkt aan die éne gemeente, maar dat wordt geprobeerd tot een fusie Cuijk Grave en Mill te komen. Dat alternatief is nu weggevallen, maar omdat de uitspraak over die ene gemeente ook slechts geldt tot de verkiezingen in 2020 kun je ook niet zeggen dat Grave bij gebrek aan alternatief heeft besloten zelfstandig te blijven.

Er is dus alle reden voor heroverweging van het bestuursakkoord. Hoe moet dat worden aangepakt?

De twee onderstreepte passage uit de inleiding zijn daarvoor belangrijk. Voor het besluit moet draagvlak worden gewonnen voordat het wordt genomen, maar je kunt niet verwachten dat iedereen zich in de materie wil verdiepen.
Uitwerken van dit idee heeft alleen zin als het door de raad wordt overgenomen, maar een voorbeeld kan zijn.

1.    Nodig organisaties en individuen uit om deel te nemen aan deze processen en zich daarvoor aan te melden.
2.    Organiseer een presentatiebijeenkomst (voorafgegaan door publiciteit). Op die avond worden de aspecten van zelfstandig blijven en samengaan los van elkaar toegelicht en bevraagd. Het is niet de bedoeling ze te bediscussiëren. Naar elkaar luisteren is het thema. Het houden van een opiniepeiling, met als keuze mogelijkheid zelfstandig, samen en beiden acceptabel, aan het begin en aan het eind kan informatief zijn.
3.    De fracties bepalen hun standpunt. Hoe ze dat doen moeten ze zelf bepalen.
4.    Het raadsvoorstel kan op zich eenvoudig zijn: “Na rijp beraad besluit de raad van Grave………” Daarna begint de uitwerking.

Die uitwerking zal zowel binnen Grave als daar buiten het nodige overleg vragen.

Hoe dit idee uiteindelijk uitwerkt doet niet af aan het volgende idee. Het heeft wel invloed op de uitwerking ervan.

Idee 2 het bouwen van een samenwerkingsverband burger-gemeentebestuur

Gegeven is dat de burger veel individueler denkt en handelt dan in het verleden. Je zou kunnen zeggen de burger is meer klant dan lid. Een klant koopt alleen het eindproduct, een lid werkt ook mee aan de productie van dat product.

Terugwerken naar het lidmaatschap is een voorwaarde om de parlementaire democratische structuur werkbaar te houden. Er is een heel verhaal over te houden, maar als kiezers zich meer klant voelen dan lid ontstaat het gevaar dat parlementen en andere besturen worden gekozen op basis van reclame. Of een bestuur dan nog het algemeen van de samenleving als hoofddoel heeft wordt dan twijfelachtig.

Bij de ontwikkeling van het samenwerkingsverband zijn twee lijnen te volgen.

Lijn 1 Lange termijn

Het is nodig de burgers, en zeker de toekomstige, niet alleen als goed mens op te voeden, maar ook als actief burger. Dat gaat niet vanzelf en het vereist een brede aanpak. Wellicht dat een olievlekbenadering een uitkomst biedt. Die is misschien te vinden in…..

Lijn 2 Korte termijn, direct, laaghangend fruit

Er zijn al mensen die zin hebben mee te denken aan bepaalde projecten. De eerste stap in een project moet dan ook zijn die mensen te zoeken. Dat kan door aanpassingen in de werkwijze van de gemeenteraad. Zelfs het huidige systeem biedt al mogelijkheden. Het uitnodigen van betrokkenen voor behandeling in de commissie dient een vanzelfsprekendheid te zijn en niet het resultaat van een last-minute besluit van de agendacommissie. Bovendien moeten betrokkenen al in het voortraject actief zijn.
Ik kan voor deze lijn legio ideeën aandragen. Het is veelal een kwestie van vanzelfsprekendheid. Misschien zet ik er voor de markt nog enkele op

Lijn 3 buiten mededinging
Een gevolg van de afnemende interesse voor het bestuur van de samenleving is het teruglopen van het opkomstcijfer bij verkiezingen. Al jaren wordt geprobeerd dit te verbeteren door de komst naar het stembureau te vergemakkelijken. Dat is symptoombestrijding. Door het vergroten van de toegangsdeur trek je niet meer publiek, maar verhoogt wel het risico van indringers. Je moet je product verbeteren. Ik kan me voorstellen dat je het algemeen kiesrecht aanvult met een voorwaarde dat de kiezer kan aantonen daadwerkelijk belangstelling te hebben. Dat is niet zo eenvoudig. Je laten registreren als kiezer, zoals bijvoorbeeld in de VS al regel is zou een eerste benadering zijn. Opiniepeilingen mogen alleen worden gehouden na een effectieve informatieslag.

Slot
Ik ben benieuwd naar uw reactie.

Een nieuwe slogan voor de gemeente zou kunnen worden

Wij rekenen op uw gefundeerde mening.

Leo de Vreede
1-9-2019

maandag 17 juni 2019

Waarheen leidt de weg deel 2



De auditcommissie van 12 juni heeft daarin geen duidelijkheid gebracht. De vergadering begon al met de vraag wat eigenlijk de taak van de commissie is. Mogen er, zoals de voorzitter aanvankelijk stelde, alleen technische vragen worden gesteld die dan  liefst direct, maar eventueel later schriftelijk worden beantwoord? Of is het de bedoeling dat ook meningen mogen worden uitgewisseld? De nieuwe werkwijze suggereert dat laatste en dus werd de voorzitter gecorrigeerd.

De accountant was aanwezig en dus werden de technische vragen over de jaarrekening in het algemeen afdoende beantwoord. Aan de feitelijkheid dat er wederom een greep in de reserves moet worden gedaan valt niet te ontkomen.

Interessant was dan ook hoe de commissie de financiële positie van de gemeente nu beoordeelt. Tot nog toe vonden met name college en LPG dat die positie gezond was; coalitiegenoot CDA hield zich retorisch op de vlakte. Er was wel een probleempje met de exploitatie, maar bij de behandeling van de begroting 2019-2022 waren maatregelen genomen om dit binnen 4 jaar op te lossen.

De accountant legde nogmaals uit dat de financiële positie van de gemeente wordt beoordeeld op drie criteria. Bij twee daarvan te weten de schuldpositie en de omvang van de reserves scoort de gemeente op zijn minst voldoende. Op de derde de jaarlijkse exploitatie, zeg maar het huishoudboekje is het een onvoldoende.

Toevallig werd diezelfde dag een hele hoop jonge mensen op eenzelfde wijze beoordeeld. Aan de hand van een aantal criteria werd bepaald of zij voldoende waren toegerust om een volgende stap in hun toekomst te zetten. En ook daarbij zijn slechts enkele onvoldoendes genoeg om ondanks een reeks zevens en achten toch te zakken.

Dat de financiële positie van Grave met dit structurele exploitatietekort niet geslaagd kan worden genoemd werd nu niet bestreden. En dat komt natuurlijk ook omdat een exploitatietekort de nu nog positieve criteria nadelig beïnvloed.

Alle partijen in de Graafse raad zijn dan ook van mening dat er iets moet gebeuren en daarvoor zou de kadernota moeten dienen. Ik denk niet dat er iemand gelooft dat het dit op 2 juli zal lukken. In de raadsvoorstellen doet het college geen enkele suggestie. De raad mag het zelf uitzoeken. Maar hoe???? De hele commissie vond dat het college een actieve rol in het proces zou moeten spelen maar niet zoals vorig jaar. Volgens LPG kan die aanpak wel als uitgangspunt dienen. Toen de toezegging kwam dat het college ergens mee zou komen, kon de bespreking veilig worden beëindigd. Als dit wordt bedoeld met ”opiniërend vergaderen” zoals de nieuwe werkwijze wil is het wel erg mager.

D66 was enige fractie die nog met een idee voor een totaal andere aanpak kwam: ontwikkelen van scenario’s waaruit zou moeten worden gekozen; natuurlijk met als resultaat een positief exploitatiesaldo op niet al te lange termijn. Er werd overheen gepraat.

De gemeenteraad maakt het wel heel eenvoudig de huidige gang van zaken te veroordelen. Lastiger is het een uitweg te vinden. De huidige werkwijze van het gemeentebestuur met de rolverdeling tussen college, raad en burgers maakt een systematische aanpak van een proces als dit wel moeilijk. De nieuwe werkwijze biedt daarvoor onvoldoende houvast en de vraag hoe de burgers een actieve rol kunnen spelen is doorgeschoven naar de jaarwisseling.

De raad gaat nu met reces en dan gebeurt er in die tijd bestuurlijk niets. Omdat in september het ontwerp voor de begroting toch wel beschikbaar moet zijn is dus geen tijd om ook bestuurlijk een actieve rol te spelen. Het wordt weer afwachten wat er ambtelijk wordt gepresenteerd en dat is weer in strijd met de wens dat de raad in een vroeger stadium moet worden betrokken.

Voor het gemak ga ik ook maar voorbij aan de relatie die bestaat tussen  de bestuurlijke organisatie en de financiële ontwikkeling van Grave

Hoe dan wel? In ieder geval beginnen met de recesperiode te benutten om met mensen uit college, raad en commissie en geïnteresseerden uit de burgerij van gedachten te wisselen over de problematiek in Grave.
Het gaat daarbij om meningen uit te wisselen en dat is iets anders dan proberen de mening van jouw partij er door te krijgen.

Ik heb niet de illusie dat het al een sluitende meerjarenbegroting 2020-2023 op zal leveren. Dat wordt dus weer lapwerk. Een overleg van uit het college met de financiële toezichthouder, de provincie, zal daarom ook nodig zijn.

Tot zover het adviserende deel van de commissievergadering.

In de vergadering werd nog een presentatie gegeven over de ontwikkelingen van de P&C-cyclus in de CGM-gemeenten. Gestreefd wordt naar een harmonisatie van de processen van kadernota’s, begrotingen en jaarrekeningen met de tussenliggende rapportages in de drie gemeenten. Daarmee wordt bedoeld dat de CGM-organisatie voor zowel Cuijk, Grave en Mill dezelfde systemen hanteert. 

Het is niet moeilijk te begrijpen dat zo’n aanpak efficiënt is en op de duur tijd en kosten bespaard. Terecht dat er in de commissie veel waardering was voor dit werk.

Merkwaardig vond ik dat het gegeven dat er als gevolg van de fusie van Cuijk met Boxmeer en St. Anthonis binnen afzienbare tijd bij de CGM-organisatie veel zal veranderen totaal niet ter sprake kwam. Het negeren van de onduidelijke toekomst van CGM maakte het wel mogelijk een beeld te schetsen van een ideale gemeenschappelijke P&C-cyclus op termijn in die 3 gemeenten. 

Daarbij zijn er nog al wat voetangels en klemmen. Niet besproken werd de problematiek van het hebben van drie gemeentebesturen die een geharmoniseerde P&C-cyclus hebben. Het is als een koor waarbij sopranen, bassen en mannenstemmen ieder hun eigen dirigent hebben. Het kan maar zingt niet echt lekker.

Wordt hoe dan ook vervolgd

Leo de Vreede

zaterdag 15 juni 2019

Waarheen leidt de weg die Grave gaat?



Het antwoord op deze vraag mag worden verwacht tijdens de raadsvergaderingen die op 25 juni en 2 juli worden gehouden. Dan immers leggen het college en de raad verantwoording af over het in 2018 vastgestelde en uitgevoerde beleid en geeft de raad aan het college de kaders voor 2020 en de daarop volgende jaren. De stukken zijn inmiddels gepubliceerd en op 12,17 en 18 juni zullen ze in het openbaar in de commissies worden besproken. Daarvoor is er nog een bijeenkomst die voor gewone burgers niet toegankelijk is. De raadsleden krijgen daarin toelichting op de stukken. Van de burgers wordt kennelijk verwacht dat zij die toelichting niet nodig hebben om de raadsvergaderingen te kunnen volgen.

Op basis van mijn eerste blik in de stukken verwacht ik niet bepaald een duidelijk antwoord op de vraag bovenaan dit artikel. Natuurlijk staan er veel goede dingen in. Die passen vooral in het begrip “op de winkel passen”. Mijn aandacht gaat vooral uit naar drie thema’s:
1.    De bestuurlijke toekomst van Grave
Eigenlijk heeft de raad hierover al op 16 april een besluit genomen. Nou ja: besluit kun je het niet noemen. Er zou een keuze moeten worden gemaakt uit drie onderzochte bestuursvormen van Grave te weten;
o    een zelfstandige gemeente Grave met een eigen gemeentebestuur en een eigen ambtelijk apparaat;
o    een zelfstandige gemeente met een eigen gemeentebestuur, maar ambtelijke ondersteuning wordt ingekocht;
o    samenvoeging van de gemeenten Cuijk, Grave en MIll die nu al door één gemeenschappelijke ambtelijke organisatie worden ondersteund.
De laatst variant viel al voor de vergadering af omdat Cuijk inmiddels had besloten om per 1 januari 2022 met Boxmeer en St. Anthonis één gemeente te vormen. Een poging van D66 om de mogelijkheid alsnog bij die drie gemeenten aan te sluiten bij de discussie te betrekken faalde. De raad kwam niet verder dan het rapport voor kennisgeving aan te nemen. In een motie werd nog vastgelegd dat de raad de ontwikkelingen nauwgezet zou volgen en het college kreeg opdracht te gaan werken aan de burgerparticipatie in de vorm van kernendemocratie. Een opdracht die het college al lang had.

De jaarstukken behoren meer te zijn dan een boekhoudkundige opsomming van cijfers.  Er dient ook bestuurlijk en politiek verantwoording te worden afgelegd. In de voorstellen van het college is over de huidige en toekomstige bestuurlijke organisatie geen woord terug te vinden. (sterker nog in die voorstellen is over geen enkel onderwerp iets te merken van opvattingen van het college). In de ambtelijke kadernota wordt alleen vermeld dat er eind 2020 een besluit is over de bestuurlijke toekomst van de gemeente.

Kennelijk denkt het college en ook de raad op basis van de vergadering van 16 april dat dit besluit er vanzelf komt de gemeenteraad maar geduldig blijft niets-doen. Zo is het echt niet. Bovendien heeft Grave de ontwikkelingen niet in eigen hand. Als Boxmeer, Cuijk en St. Anthonis op 1 januari 2022 inderdaad één gemeente zijn zit Grave op dat moment zonder ambtelijke ondersteuning.

Als halsstarrig wordt vastgehouden aan de uitspraak dat over één gemeente Land van Cuijk niet mag worden gesproken blijft er niets anders over dan dat Grave zelfstandig blijft met een eigen ambtelijke ondersteuning die voor een deel kan worden ingekocht. Wil je die operationeel hebben als Boxmeer, Cuijk en St. Anthonis daadwerkelijk één gemeente vormen, ook als dat wat later dan 1 januari 2022 is, moet er nu wel worden begonnen met de opzet van de eigen organisatie. Het ligt dan voor de hand dat de nieuwe gemeente, die ik nu maar met ABC aanduid, de leverancier van de ambtelijke ondersteuning wordt. Tijdig een complete eigen complete ambtelijke organisatie opzetten? Ik geloof er niet in. Zoals het er nu uitziet is het antwoord op de titelvraag dan ook:

Voor het thema bestuurlijke organisatie leidt de weg die Grave gaat regelrecht het moeras in, sterker nog we zijn daar gearriveerd!.

2.    De financiële positie van Grave
Tot nu toe heeft het college, gesteund door de coalitie, bij hoog en bij laag beweerd dat de financiële positie van de gemeente gezond is. In de nu voorliggende voorstellen voor jaarrekening 2018, kadernota 2020-2023 en de eerste bestuursrapportage is haast angstvallig vermeden iets van een mening vanuit het college over de financiële positie van Grave te laten blijken. Ik mag toch hopen dat ze die wel hebben.

Er is natuurlijk een verband met de stukken uit vorige jaren. Eindsaldi van jaar x zijn beginsaldi van jaar x+1. Dit verband wordt niet gelegd. Al jaren wordt om een sluitend geheel te krijgen een beroep gedaan op de algemene reserve. Een overzicht van de ontwikkeling van die toch niet onuitputtelijke spaarpot had daarom wel in de voorstellen gepast. Samengevat luiden de voorstellen van het college: “Raad, hier heeft u de cijfers en zoek het zelf maar uit.”. Dat laatste geldt helemaal voor geïnteresseerde burgers. Raads- en commissieleden krijgen tenminste nog een technische voorlichting.

De ambtelijke beoordeling in de jaarrekening 2018 van de financiële positie luidt:

“Samenvattend kan op basis van bovenstaande kengetallen worden gesteld dat deze, vanuit het perspectief van de jaarrekening 2018, op orde zijn, met uitzondering van de structurele exploitatieruimte. Dat betekent dat de structurele inkomsten lager zijn dan de uitgaven. De gemeente Grave kan haar inkomsten beperkt verhogen tot de belastingcapaciteit het artikel 12 niveau bereikt.”

Vertaald betekent dit: “we zijn nog niet bankroet maar in 2018 wel gevorderd in die richting”.  Er moet weer € 572.000 uit de algemene reserve worden gehaald. Die is dan nog € 9.348.000.

De begroting 2019 werd sluitend gemaakt door € 648.000 bezuinigingen in te boeken en nog € 670.000 uit de reserve te onttrekken.  De eerste rapportage gebaseerd op 3 maanden besturen is geeft aan dat het er naar uitziet dat er toch nog € 1.012.000 uit de reserve moet komen.

En ook volgens de kadernota 2020-2023 zetten we komende jaren weer flinke stappen in de richting van de bodem van de schatkist. In totaal zou er  € 7.100.000 uit de reserves moeten worden gehaald om de tekorten te dekken.

Natuurlijk is dit een grove benadering, maar eind 2023 zou Grave wel eens minder  reserve kunnen hebben dan wettelijk nodig is om risico’s te kunnen dekken en dus bankroet is.

Opvallend is dat in de voorstellen en onderliggende ambtelijke rapportages geen woord is besteed aan de plannen voor een nieuwe sportpark

De conclusie uit het voorstel van het college voor de kadernota getuigt van een werkelijk gevoel voor galgenhumor:
“De voorliggende kadernota 2020 – 2023 geeft ruimte voor een gesprek met de raad over de prioriteiten en de daarvoor beschikbare middelen”

Voor het thema financiële positie leidt de weg die Grave gaat dus naar de ondergang.

Maar misschien vindt de gemeenteraad toch een uitweg
NB Wel moet worden opgemerkt dat die belabberde financiële uitzichten niet worden veroorzaakt door gemeentelijk beleid, maar vooral te danken zijn aan de afschuifpolitiek door het rijk.

3.    Het ontwikkelen van “kernendemocratie”
Al jaren wordt in Grave gepraat en geschreven over het nauwer betrekken van de burgers bij het besturen van de gemeente. Termen als inspraak, aan de voorkant, burgerparticipatie vliegen over tafel vliegen. Kernendemocratie is de huidige aanpak waaraan in de rest van het Land van Cuijk wordt gewerkt en in Grave nog op gewacht; nu op het visiedocument dat het college dit najaar moet presenteren.

Intussen lijkt het er meer op dat de raad de burgers liever uit de raadzaal verwijderd houdt.

Zo is de werkbijeenkomst van de raad over de jaarstukken, de kadernota en de bestuursrapportage (dus waar ik het hierboven over had) niet toegankelijk voor geïnteresseerde burgers. Je zou toch verwachten dat ook raads- en commissieleden met hun achterban zouden willen overleggen en dan is het handig als die achterban goed is geïnformeerd. Deze afhoudende houding is zelfs nog vastgelegd in de nieuwe werkwijze van de raad.

Als je naar de reden vraagt waarom werkbesprekingen per definitie niet toegankelijk zijn voor inwoners krijg je als antwoord dat er wel eens zaken aan de orde zouden kunnen komen die beter niet in de openbaarheid kunnen komen. Een huis zonder ramen en deuren is inderdaad de beste beveiliging tegen inbraak.

Onlangs een rapport verschenen waarin staat dat de gemeenschappelijke ambtelijke organisatie van Cuijk Grave en Mill het goedkoopst en meest efficiënt kan werken als de hele organisatie in één gebouw is gevestigd. Dat is geen verrassende conclusie, maar nu blijkt dat net het stadhuis van Grave te zijn, hetgeen gerust een pikante uitkomst mag worden genoemd. Het nieuws is in de pers verschenen en ook het college van Grave heeft via een raadsinformatiebrief de uitkomst van het onderzoek openbaar gemaakt. Het rapport zelf is alleen voor raadsleden vertrouwelijk in te zien. “Het bevat bedrijfsgevoelige informatie”. Nu beschikt ook Cuijk natuurlijk over dit rapport en daar is het gewoon op de website te vinden. Die gemeenteraad heeft kennelijk wat meer vertrouwen in zijn burgers dan de raad van Grave

Geen wonder dat van Cuijk, Grave en Mill de gemeente Grave het slechts scoort op communicatie met de burgers. (De scores van die drie gemeenten zijn te zien op de gemeenschappelijke informatiepagina bij de Graafse courant)

Voor dit thema ziet het er naar uit dat we nergens heengaan.

Slot

Alles bij elkaar mag je dit best een somber stuk noemen. Maar de raadsvergaderingen van 25 juni en 2 juli moeten nog plaatsvinden en er is dus kans dat op 3 juli de weg naar een glorievolle toekomst van de Graafse gemeenschap voor iedereen duidelijk is en dat we met z’n allen samen op pad gaan.

Eerlijk gezegd heb ik daar geen vertrouwen in. Wat wel zeker is dat op 8 juli het zomerreces begint. Behalve rust ook tijd voor bezinning. Dan is het goed eens in de geschiedenis van Grave te kijken. In 1966 was er ook zo’n hopeloos uitziende situatie. Henricus was net gesloopt, de binnenstad was een puinhoop, het stadhuis gevestigd in een keet en tussen Hoofschestraat en N324 was een woestijn. Ook de gemeenteraad zag geen licht in de duisternis. Er is toen een gesprek geweest van raadsleden waaronder een collegelid en een aantal burgers. Dat heeft geleid tot een stichting “Hart van Grave”. Het sloeg aan en werd thema van de carnaval 1967. Hieruit is de woningstichting ontstaan, de stichting gemeenschapsaccommodaties en de opbouwstichting. Er kwam elan, samenwerking tussen bestuur en maatschappij en ja, ook een hoop mazzel in de vorm van werkgelegenheidsubsidies. Misschien iets dat aangepast kan worden herhaald.

Er is nog een mogelijkheid. Door de minister is aangegeven dat gemeenten zelf moeten beslissen over hun bestuurlijke organisatie. Het rijk grijpt alleen in als een gemeente aantoonbaar niet in staat is de eigen broek op te houden. Het enige dat de gemeenteraad daarvoor hoeft te doen is doorgaan met afwachten.

Ik ben benieuwd naar de komende vergaderingen.

Leo de Vreede

donderdag 2 mei 2019

Verklaring van de CDA-fractie met mijn commentaar


Inleiding
Na de raadsvergadering van 16 april is op de website van het CDA een verklaring van de fractie verschenen waarin wordt ingegaan op een aantal vragen die de fractie kennelijk heeft gekregen naar aanleiding van de stellingname van de fractie in de raad. Een goede zaak en tevens een idee om in de toekomst daar een openbare bijeenkomst aan te wijden. Dat zou uitstekend passen in de kernendemocratie en de nieuwe werkwijze van de gemeenteraad. Dat zijn overigens twee termen voor eenzelfde begrip: burgerparticipatie bij het bestuur van de gemeente.

Hieronder volgt het artikel van de website van het CDA in het zwart. Vet gedrukt de gerezen vraag en schuin gedrukt de reactie van de fractie. Daaronder volgt in rood mijn commentaar, soms al op de vraag zelf en soms alleen op de reactie van de fractie. Aan het eind heb ik nog mijn conclusie uit het geheel getrokken. Ik vind namelijk dat we in Grave vooral bezig zijn met uitstellen van besluiten en dat is geen goede zaak.

20 april 2019
CDA-fractie: helderheid over herindeling.
Hoe zwaar weegt de mening van de inwoners van Escharen, Gassel, Grave en Velp?


Zwaar. Héél zwaar. In een door het Graafse CDA ingediende motie heeft de raad bevestigd dat: “het volstrekt ontbreken van een democratisch kiezersmandaat om mee te gaan in het grote samenvoegingsproces niet heeft geleid tot een besluit vóór het behoud van zelfstandigheid dan wel de opheffing van de gemeente Grave”. Dat besluit valt namelijk pas nadat de kiezers van Grave zich hierover uitspreken in een tweede opiniepeiling. De mening van de inwoners van Escharen, Gassel, Grave en Velp legt veel gewicht in de schaal. Dat bleek al na de verkiezingen, toen bijna tachtig procent van de kiezers de voorstanders van één gemeente Land van Cuijk een gevoelige slag toebrachten. Het CDA heeft deze uitslag niet naast zich neergelegd, maar geaccepteerd. Je kan niet om een uitspraak van de inwoners vragen en dan alsnog je eigen gang gaan. Zeker niet als de uitslag zo overduidelijk is als aangaande het draagvlak voor één gemeente Land van Cuijk. Juist de vraag of je je gemeente moet opheffen, is een zaak van de burgers. Het CDA vindt dat zij de richting mogen bepalen. Dat begint met vérstrekkende burgerparticipatie en het opzetten van een goed functionerende kernendemocratie. Dat blijkt ook uit het bestuursprogramma 2018-2022 "Met energie en vertrouwen".



Het is terecht dat de fractie de mening van inwoners zwaar laat wegen. Maar besluiten blijft een eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en dus ook de fractie. Daarbij moeten ook andere aspecten worden meegewogen. De uitslag van een opiniepeiling kan dus nooit dwingend zijn. Bovendien valt op de opiniepeiling zelf en de wijze waarop die wordt geïnterpreteerd veel af te dingen. Vermeden moet worden dat de indruk wordt gewekt dat de CDA-fractie zich achter de opiniepeiling verschuilt.

Het Graafse CDA heeft in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen keihard campagne gevoerd voor één gemeente Land van Cuijk. Uit de peiling bleek 77% van de kiezers niets te voelen voor deze megafusie van vijf gemeenten. Hoe kijkt het CDA daar tegenaan?

Dit is een volkomen onterechte bewering. De werkelijke uitkomst van de “opiniepeiling” was dat

·         44% van de kiezers niet is opgekomen.
·         24% een heeft voorkeur aangegeven voor een zelfstandig Grave.
·         19% zich heeft uitgesproken voor een bestuurlijke fusie van Cuijk,Grave en MIll.
·         13% één gemeente Land van Cuijk het beste vindt.
Men heeft een voorkeur uitgesproken  en dat wil niet zeggen dat men voor de andere opties niets voelt.

In Escharen, Gassel, Grave en Velp is volstrekt onvoldoende draagvlak vóór één grote gemeente Land van Cuijk. Voor het CDA was de uitslag van de peiling een klap in het gezicht, maar de kiezer heeft altijd gelijk. Het is echter belangrijk te onthouden dat vóór de gemeenteraadsverkiezingen al duidelijk was dat één gemeente Land van Cuijk niet op voldoende bestuurlijk draagvlak in de regio kon rekenen. De (meerderheid van de) gemeenteraad van Mill & Sint Hubert had de stekker er al uitgetrokken.

Het hele artikel van de CDA-fractie is nogal overtrokken en daardoor tendentieus. Het is waar dat er momenteel weinig betrokkenheid is bij het besturen in het algemeen en daardoor ontbreekt het vaak aan draagvlak voor veranderingen in welke zin dan ook, dus ook voor veranderingen in de bestuurlijke organisatie. Bij de voorbereiding van een besluit over de toekomstige organisatie dient vergroten van het draagvlak een belangrijke rol te spelen. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Ook het CDA komt niet met een aanpak daarvan.

De peiling liet een meerderheid voor ‘een vorm van’ herindeling zien. Is het CDA desondanks vóór behoud van zelfstandigheid?

Ook deze bewering is ongefundeerd. Het CDA heeft in het verkiezingsprogramma staan dat één gemeente Land van Cuijk de gewenste toestand is. De vraag zou daarom moeten luiden. “Het CDA vormt met LPG een college. In het bestuursprogramma is opgenomen dat de gemeente Grave in deze periode niet meewerkt aan het tot stand komen van één gemeente Land van Cuijk” Betekent dit dat het CDA nu voor behoud van zelfstandigheid is?”

Neen. Er is sinds de gemeenteraadsverkiezingen niet één keer gezegd dat het Graafse CDA vóór behoud van zelfstandigheid of tegen herindeling is. De kiezer heeft gesproken en een dikke streep door één gemeente Land van Cuijk gezet. De gemeenteraad van Grave heeft die uitslag gerespecteerd en besloot tot een objectief onderzoek naar de twee overige opties. Een aanzienlijke minderheid (van 44%) van de kiezers koos vóór zelfstandigheid. Als je de stemmen van beide herindelingsvarianten - 23% voor één gemeente Land van Cuijk en 33% voor een samengaan van Grave met Cuijk en Mill - bij elkaar optelt, lijkt een meerderheid open te staan voor een fusie. Of dat wérkelijk zo is, moet nog blijken uit een tweede peiling.

Dit is een ontwijkende reactie. In de eerste zin staat eigenlijk dat het CDA nergens voor en nergens tegen is. Dat schiet niet op. Het onderzoek is inmiddels geweest en heeft kennelijk niets nieuws opgeleverd. Gezien het bestuursakkoord en rekening houdend met de inmiddels actuele situatie bij de andere gemeenten zou het logisch zijn geweest als nu de keuze was gemaakt voor een zelfstandig Grave, met alle consequenties van dien. Het CDA zou nu ook kunnen kiezen voor het eigen standpunt. Daarvoor zou het bestuursakkoord moeten worden gewijzigd. Nu wordt verwezen naar een tweede peiling zonder aan te geven wanneer die wordt gehouden en hoe die wordt voorbereid. Op de vraag hoe CDA  zich opstelt wordt dus geen antwoord gegeven.

Cuijk zet een herindeling met Sint Anthonis en Boxmeer door. Grave sluit daar niet bij aan, terwijl de fusie van Grave met Cuijk en Mill & Sint Hubert van de baan is. Negeert het CDA daarmee de meerderheid van de kiezers?

Neen. Voor één gemeente van Land Cuijk heb je vijf gemeenten nodig. Mill is al, eerder dan Grave, afgehaakt. Het besluit van Cuijk is weliswaar duidelijk, maar pas definitief als het uiteindelijke herindelingsontwerp aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Daarnaast kan je niet stellen dat het wegvallen van de herindeling Cuijk, Grave, Mill automatisch leidt tot draagvlak onder de inwoners voor aansluiting bij de herindeling Cuijk, Boxmeer en Sint Anthonis. Als je naar de middengroep (van 33%, voor de fusie van Grave met Cuijk en Mill) kijkt, hoeft slechts 7% van hen te kiezen voor zelfstandigheid om die optie aan een absolute meerderheid te helpen. Om van 23% naar 51% te komen… Reken maar uit.

Het CDA blijft zich verschuilen achter de opiniepeiling, die deze keer wordt gepresenteerd als “meerderheid van de kiezers”. Die wordt weliswaar niet genegeerd maar er wordt ook niets mee gedaan. Nu nog rekening houden met een optie CGM is hetzelfde als ontkennen dat er met een klimaatverandering rekening moet worden gehouden. Het wordt tijd dat de Graafse  CDA-fractie op basis van de beschikbare informatie een eigen standpunt bepaalt over de te volgen koers om daar vervolgens een draagvlak voor gaat zoeken. Als je stelt dat de uitspraak van de raad van Cuijk toch nog ruimte biedt voor een andere aanpak kun je met meer recht stellen dat zolang Grave geen besluit neemt over zelfstandigheid de optie één gemeente Land van Cuijk nog open staat.

Het CDA hamert op de uitslag van de peiling en zet het democratisch draagvlak voorop. In de raadsvergadering werd deze opstelling ‘eenzijdig’ genoemd. Hoe reageert het CDA op die kritiek?

Als je nuchter kijkt naar de interpretatie van de peiling door LPG en CDA zie je dat de uitslag ervan wordt gerespecteerd. Ook is afgesproken dat de kiezer een stem in het kapittel krijgt: na een goede voorlichtingscampagne met inhoudelijke gesprekken en debatten. Je kan niet de kiezer om een uitspraak vragen en deze naast je neerleggen als je het ermee oneens bent. Zo ondemocratisch is het CDA niet. Juist daarom heeft het CDA, binnen en buiten de gemeente Grave, kritisch gekeken naar het draagvlak voor herindeling en de plaats daarvan in het proces en/of het publieke debat. Opvallend was dat de voorstanders van samenvoeging daar nauwelijks aandacht voor lijken te hebben. Zij houden sterke betogen waarin talloze goede argumenten voor een gemeentelijke fusie de revue passeren. Je hoort ze echter niet (of nauwelijks) over het draagvlak onder de bevolking. Door zich te focussen op de werkelijkheid van het stadhuis, ontstaat er een bestuurlijke kokervisie die voorbijgaat aan de werkelijkheid op straat en hun zorgen over en bedenkingen bij een megafusie. Om die eenzijdigheid te doorbreken koos het CDA voor de centrale vraag: hoe is het gesteld met het draagvlak (in brede zin) onder de bevolking? De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderstreept dit in het nieuwe beleidskader. Die vraag naar draagvlak gaat verder dan meerderheden in gemeenteraden, informatieavonden (over een reeds genomen besluit) en inspraak over de naam van de nieuwe gemeente.

Als je uit bovenstaande tekst de retoriek weg filtert blijft een bruikbare basis voor werkelijke actie over. Zie daarvoor mijn vorige opmerking.

Hoe kijkt het CDA aan tegen de ontwikkelingen in het Land van Cuijk?
Dik driekwart van de kiezers in Escharen, Gassel, Grave en Velp ziet niets in één gemeente Land van Cuijk. Dat wil niet zeggen dat het Land van Cuijk slecht is en dat je de samenwerking niet mag intensiveren. Het is echter betreurenswaardig dat de bestuurlijke ontwikkelingen versneld zijn (door de herindeling met één jaar te vervroegen) en dat er vrijwel meteen gekozen is voor een coalition of the willing, zonder het gesprek aan te gaan over mogelijke opties. De Minister heeft meerdere keren heeft aangegeven dat bestuurskracht van gemeenten ook op andere wijzen dan intergemeentelijke samenwerking of herindeling  versterkt kan worden, bijvoorbeeld door voor sommige opgaven en regio’s taakdifferentiatie of alternatieve bestuursmodellen als oplossing te bieden. Het is jammer dat er nooit “met de benen op tafel” over alternatieven is gesproken. Out of the box denken had via een ándere weg hetzelfde doel binnen handbereik kunnen brengen. Dat Cuijk een duidelijk antwoord van Grave eiste, maar dat antwoord (dat uiterlijk in juni was gekomen) niet heeft afgewacht, is veelzeggend. Als er echter volop democratisch draagvlak is voor de grote fusie van Cuijk, Boxmeer en Sint Anthonis dan is er (voor die inwoners) niet aan de hand. Maar laat draagvlak nou hét ondergeschoven kind lijken (zie voetnoot 2 op pagina 3 van de “variantenanalyse met betrekking tot herindelingspartners” [stap 2a] in het fusieproces Cuijk, Boxmeer, Sint Anthonis” waarover De Gelderlander eind februari schreef onder de kop “Stuurgroep CBA: Wij van CBA adviseren CBA” [naar de bekende reclameslogan “Wij van WC-Eend adviseren  WC-Eend”]. Daarin wordt gesteld dat er geen sprake was [en is] van aanvullend onderzoek en/of een burgerpeiling [naar het voorbeeld van de gemeente Grave]). Het is echter niet aan ons om daarover een oordeel te vormen. Toch geeft de peiling van 2018 te denken. Waarom lopen onze inwoners niet warm voor het Land van Cuijk? Is dat omdat ze meer op Nijmegen, Wijchen en Uden georiënteerd zijn? Hoe zit dat elders in de regio? Is een schaalsprong van deze omvang niet alleen te groot van burgers, maar ook voor het bestuurlijke en ambtelijke apparaat? Ervaringen in het land geven op hun minst aanleiding tot reflectie.

De stellingname in de eerste zin “Dik driekwart van de kiezers in Escharen, Gassel, Grave en Velp ziet niets in één gemeente Land van Cuijk”is onjuist. In de rest van het verhaal zit veel waars, maar geen antwoord op de vraag hoe het CDA tegen de ontwikkelingen aankijkt, tenzij het CDA zich inderdaad tot aankijken wil beperken.
Er is ook nog de harde werkelijkheid die dwingt tot een bestuurlijke organisatie gebaseerd op de woonplaats van de burgers. Herindeling is de enige mogelijkheid die de huidige wetgeving mogelijk maakt. Voor de gemeente Grave resteert nu de keuze tussen samen met de andere gemeenten te gaan werken aan één gemeente Land van Cuijk waarin de inwoners en ondernemers zich thuis voelen of dat op eigen houtje doen zodat zelfstandigheid gehandhaafd blijft. Het wordt wel tijd eens duidelijk te maken wat die zelfstandigheid zou kunnen inhouden.

Hoe nu verder?
We dienen, in een democratie, mensen mee te nemen, anders raken we ze kwijt en zeggen ze - op een gegeven moment - keihard neen. De voorstanders van één gemeente Land van Cuijk hebben die dreun vorig jaar te verwerken gekregen. Wat doe je met zo’n tegenslag? Als CDA hebben we, zoals het hoort, het gelijk van de kiezer geaccepteerd. We moeten het uiteindelijk met elkaar rooien: in de raad, in de werkorganisatie CGM, in de regio Land van Cuijk en daarbuiten. Dat doen we óók door elkaar ruimte en een beetje tijd te geven voor een democratisch en waardig proces. Dat laatste is  - door het duidelijke besluit van Cuijk - wat lastig. Op de vraag: wat nu? antwoorden wij ook vandaag: voor ons staat democratisch draagvlak voorop. Het CDA wil niet dat de discussie over de bestuurlijke toekomst afleidt van de mensen die wij dienen. Daarom geven wij prioriteit aan het thema leefbaarheid in brede zin. Dat betekent dat er vaart gemaakt moet worden van de kernendemocratie en serieuze burgerparticipatie. In de CDA-motie is afgelopen dinsdag is aangenomen, wordt het college opgedragen in het najaar met een eerste visie te komen. Voor ons gaat het niet om de macht, maar om de mensen. Daarom vinden wij het wezenlijk dat vóór peiling en een besluit over zelfstandigheid of herindeling de kernendemocratie en burgerparticipatie moeten staan als een huis. Pas dan kan je het gemeentebestuur, na verkiezingen, uit handen geven aan een nieuwe raad.

Kennelijk vindt het CDA de  (volgens mij onjuiste) conclusie die wordt getrokken uit de opiniepeiling een tegenvaller. Dan zou je verwachten dat het CDA gaat proberen bij een volgende opiniepeiling wel een draagvlak te krijgen voor het CDA-standpunt. Het CDA heeft immers zorgvuldig vermeden de indruk te wekken dat dit standpunt is verlaten. Werken aan de ontwikkeling van een “kernendemocratie” is dan de oplossing. Het geinige is dat ook de andere gemeenten die kernendemocratie gewenst vinden voor de combinatie St. Anthonis Boxmeer en Cuijk en dat ook in het voorstel voor die ene gemeente in het Land van Cuijk kernendemocratie een belangrijke rol speelt. Je met kernendemocratie bezighouden is dus altijd goed.

Omdat te bewerkstelligen heeft het CDA een motie ingediend die door de raad is aangenomen. Het college krijgt de opdracht in het najaar met een eerste visie over die kernendemocratie te komen. Nu had het college die opdracht al lang. Want ook in het bestuursakkoord en in een motie van september 2018 is die opdracht al opgenomen.

Ik ben benieuwd hoe het college op die opdracht gaat reageren. Het college moet immers opereren binnen door de raad gegeven kaders en de raad heeft in de discussie over de werkwijze aangegeven eerder bij ontwikkelingen te worden betrokken. Of termen als “kernendemocratie”, “leefbaarheid  in brede zin” en “eerste visie” voor het college voldoende duidelijke kaders vormen betwijfel ik. Het college moet voor ambtelijke ondersteuning een beroep doen op CGM. Die organisatie zal wel bezig zijn met dezelfde opdracht voor ABC. Gaat Grave meeliften?

Eigenlijk zou de raad zelf, ondersteund door de griffie, moeten aangeven hoe samen met inwoners en ondernemers de kernendemocratie of themademocratie vorm wordt gegeven

Roland Eijbersen,
Jochem Jacobs,
Alex van Megen

Slotwoord van mijn kant
Alles bij elkaar heb ik de indruk dat het CDA de beslissing over de bestuurlijke organisatie in het Land van Cuijk uit wil stellen tot de volgende raadsperiode De slotzin zou ik daarom iets willen uitbreiden. Het wordt dan:
Daarom vinden wij het wezenlijk dat vóór peiling en een besluit over zelfstandigheid of herindeling de kernendemocratie en burgerparticipatie moeten staan als een huis. Pas dan kan je het gemeentebestuur, na verkiezingen, uit handen geven aan een nieuwe raad. Wat het CDA betreft is dat de gemeenteraad van de nieuwe gemeente Land van Cuijk.

Ik heb al geschreven dat het werk aan de nieuwe werkwijze van de gemeenteraad te beperkt is geweest. De doelstelling van die studie vertoont enorm veel gelijkenis met wat men met kernendemocratie voor ogen heeft: versterking van de betrokkenheid en dus de invloed van de inwoners en ondernemers op het besturen van de gemeente. Daaraan werken is dus een voorbeeld van twee vliegen in één klap.

Dat geldt voor Grave, maar ook voor de vier andere gemeenten in het Land van Cuijk. Zelf geef ik de voorkeur aan het begrip themademocratie omdat voor veel onderwerpen de woonkern een te nauwe begrenzing is. Ook daarom is samen optrekken in het Land van Cuijk de aangewezen weg.

Laat nu in het voorstel uit 2017 voor de bestuurlijke organisatie in het Land van Cuijk, waarover Grave nog steeds geen uitspraak heeft gedaan ook de optie was opgenomen in te stemmen samen te werken aan de ontwikkeling naar één gemeente in het Land van Cuijk met de mogelijkheid uiteindelijk alsnog te besluiten zelfstandig te blijven.

Is het een idee dit alsnog te doen? Dan kunnen we in ieder geval samen met de andere gemeenten in het Land van Cuijk gaan werken aan een bestuurlijke toekomst.

Leo de Vreede
Bovenkant formulier