donderdag 2 mei 2019

Verklaring van de CDA-fractie met mijn commentaar


Inleiding
Na de raadsvergadering van 16 april is op de website van het CDA een verklaring van de fractie verschenen waarin wordt ingegaan op een aantal vragen die de fractie kennelijk heeft gekregen naar aanleiding van de stellingname van de fractie in de raad. Een goede zaak en tevens een idee om in de toekomst daar een openbare bijeenkomst aan te wijden. Dat zou uitstekend passen in de kernendemocratie en de nieuwe werkwijze van de gemeenteraad. Dat zijn overigens twee termen voor eenzelfde begrip: burgerparticipatie bij het bestuur van de gemeente.

Hieronder volgt het artikel van de website van het CDA in het zwart. Vet gedrukt de gerezen vraag en schuin gedrukt de reactie van de fractie. Daaronder volgt in rood mijn commentaar, soms al op de vraag zelf en soms alleen op de reactie van de fractie. Aan het eind heb ik nog mijn conclusie uit het geheel getrokken. Ik vind namelijk dat we in Grave vooral bezig zijn met uitstellen van besluiten en dat is geen goede zaak.

20 april 2019
CDA-fractie: helderheid over herindeling.
Hoe zwaar weegt de mening van de inwoners van Escharen, Gassel, Grave en Velp?


Zwaar. Héél zwaar. In een door het Graafse CDA ingediende motie heeft de raad bevestigd dat: “het volstrekt ontbreken van een democratisch kiezersmandaat om mee te gaan in het grote samenvoegingsproces niet heeft geleid tot een besluit vóór het behoud van zelfstandigheid dan wel de opheffing van de gemeente Grave”. Dat besluit valt namelijk pas nadat de kiezers van Grave zich hierover uitspreken in een tweede opiniepeiling. De mening van de inwoners van Escharen, Gassel, Grave en Velp legt veel gewicht in de schaal. Dat bleek al na de verkiezingen, toen bijna tachtig procent van de kiezers de voorstanders van één gemeente Land van Cuijk een gevoelige slag toebrachten. Het CDA heeft deze uitslag niet naast zich neergelegd, maar geaccepteerd. Je kan niet om een uitspraak van de inwoners vragen en dan alsnog je eigen gang gaan. Zeker niet als de uitslag zo overduidelijk is als aangaande het draagvlak voor één gemeente Land van Cuijk. Juist de vraag of je je gemeente moet opheffen, is een zaak van de burgers. Het CDA vindt dat zij de richting mogen bepalen. Dat begint met vérstrekkende burgerparticipatie en het opzetten van een goed functionerende kernendemocratie. Dat blijkt ook uit het bestuursprogramma 2018-2022 "Met energie en vertrouwen".



Het is terecht dat de fractie de mening van inwoners zwaar laat wegen. Maar besluiten blijft een eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en dus ook de fractie. Daarbij moeten ook andere aspecten worden meegewogen. De uitslag van een opiniepeiling kan dus nooit dwingend zijn. Bovendien valt op de opiniepeiling zelf en de wijze waarop die wordt geïnterpreteerd veel af te dingen. Vermeden moet worden dat de indruk wordt gewekt dat de CDA-fractie zich achter de opiniepeiling verschuilt.

Het Graafse CDA heeft in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen keihard campagne gevoerd voor één gemeente Land van Cuijk. Uit de peiling bleek 77% van de kiezers niets te voelen voor deze megafusie van vijf gemeenten. Hoe kijkt het CDA daar tegenaan?

Dit is een volkomen onterechte bewering. De werkelijke uitkomst van de “opiniepeiling” was dat

·         44% van de kiezers niet is opgekomen.
·         24% een heeft voorkeur aangegeven voor een zelfstandig Grave.
·         19% zich heeft uitgesproken voor een bestuurlijke fusie van Cuijk,Grave en MIll.
·         13% één gemeente Land van Cuijk het beste vindt.
Men heeft een voorkeur uitgesproken  en dat wil niet zeggen dat men voor de andere opties niets voelt.

In Escharen, Gassel, Grave en Velp is volstrekt onvoldoende draagvlak vóór één grote gemeente Land van Cuijk. Voor het CDA was de uitslag van de peiling een klap in het gezicht, maar de kiezer heeft altijd gelijk. Het is echter belangrijk te onthouden dat vóór de gemeenteraadsverkiezingen al duidelijk was dat één gemeente Land van Cuijk niet op voldoende bestuurlijk draagvlak in de regio kon rekenen. De (meerderheid van de) gemeenteraad van Mill & Sint Hubert had de stekker er al uitgetrokken.

Het hele artikel van de CDA-fractie is nogal overtrokken en daardoor tendentieus. Het is waar dat er momenteel weinig betrokkenheid is bij het besturen in het algemeen en daardoor ontbreekt het vaak aan draagvlak voor veranderingen in welke zin dan ook, dus ook voor veranderingen in de bestuurlijke organisatie. Bij de voorbereiding van een besluit over de toekomstige organisatie dient vergroten van het draagvlak een belangrijke rol te spelen. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Ook het CDA komt niet met een aanpak daarvan.

De peiling liet een meerderheid voor ‘een vorm van’ herindeling zien. Is het CDA desondanks vóór behoud van zelfstandigheid?

Ook deze bewering is ongefundeerd. Het CDA heeft in het verkiezingsprogramma staan dat één gemeente Land van Cuijk de gewenste toestand is. De vraag zou daarom moeten luiden. “Het CDA vormt met LPG een college. In het bestuursprogramma is opgenomen dat de gemeente Grave in deze periode niet meewerkt aan het tot stand komen van één gemeente Land van Cuijk” Betekent dit dat het CDA nu voor behoud van zelfstandigheid is?”

Neen. Er is sinds de gemeenteraadsverkiezingen niet één keer gezegd dat het Graafse CDA vóór behoud van zelfstandigheid of tegen herindeling is. De kiezer heeft gesproken en een dikke streep door één gemeente Land van Cuijk gezet. De gemeenteraad van Grave heeft die uitslag gerespecteerd en besloot tot een objectief onderzoek naar de twee overige opties. Een aanzienlijke minderheid (van 44%) van de kiezers koos vóór zelfstandigheid. Als je de stemmen van beide herindelingsvarianten - 23% voor één gemeente Land van Cuijk en 33% voor een samengaan van Grave met Cuijk en Mill - bij elkaar optelt, lijkt een meerderheid open te staan voor een fusie. Of dat wérkelijk zo is, moet nog blijken uit een tweede peiling.

Dit is een ontwijkende reactie. In de eerste zin staat eigenlijk dat het CDA nergens voor en nergens tegen is. Dat schiet niet op. Het onderzoek is inmiddels geweest en heeft kennelijk niets nieuws opgeleverd. Gezien het bestuursakkoord en rekening houdend met de inmiddels actuele situatie bij de andere gemeenten zou het logisch zijn geweest als nu de keuze was gemaakt voor een zelfstandig Grave, met alle consequenties van dien. Het CDA zou nu ook kunnen kiezen voor het eigen standpunt. Daarvoor zou het bestuursakkoord moeten worden gewijzigd. Nu wordt verwezen naar een tweede peiling zonder aan te geven wanneer die wordt gehouden en hoe die wordt voorbereid. Op de vraag hoe CDA  zich opstelt wordt dus geen antwoord gegeven.

Cuijk zet een herindeling met Sint Anthonis en Boxmeer door. Grave sluit daar niet bij aan, terwijl de fusie van Grave met Cuijk en Mill & Sint Hubert van de baan is. Negeert het CDA daarmee de meerderheid van de kiezers?

Neen. Voor één gemeente van Land Cuijk heb je vijf gemeenten nodig. Mill is al, eerder dan Grave, afgehaakt. Het besluit van Cuijk is weliswaar duidelijk, maar pas definitief als het uiteindelijke herindelingsontwerp aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Daarnaast kan je niet stellen dat het wegvallen van de herindeling Cuijk, Grave, Mill automatisch leidt tot draagvlak onder de inwoners voor aansluiting bij de herindeling Cuijk, Boxmeer en Sint Anthonis. Als je naar de middengroep (van 33%, voor de fusie van Grave met Cuijk en Mill) kijkt, hoeft slechts 7% van hen te kiezen voor zelfstandigheid om die optie aan een absolute meerderheid te helpen. Om van 23% naar 51% te komen… Reken maar uit.

Het CDA blijft zich verschuilen achter de opiniepeiling, die deze keer wordt gepresenteerd als “meerderheid van de kiezers”. Die wordt weliswaar niet genegeerd maar er wordt ook niets mee gedaan. Nu nog rekening houden met een optie CGM is hetzelfde als ontkennen dat er met een klimaatverandering rekening moet worden gehouden. Het wordt tijd dat de Graafse  CDA-fractie op basis van de beschikbare informatie een eigen standpunt bepaalt over de te volgen koers om daar vervolgens een draagvlak voor gaat zoeken. Als je stelt dat de uitspraak van de raad van Cuijk toch nog ruimte biedt voor een andere aanpak kun je met meer recht stellen dat zolang Grave geen besluit neemt over zelfstandigheid de optie één gemeente Land van Cuijk nog open staat.

Het CDA hamert op de uitslag van de peiling en zet het democratisch draagvlak voorop. In de raadsvergadering werd deze opstelling ‘eenzijdig’ genoemd. Hoe reageert het CDA op die kritiek?

Als je nuchter kijkt naar de interpretatie van de peiling door LPG en CDA zie je dat de uitslag ervan wordt gerespecteerd. Ook is afgesproken dat de kiezer een stem in het kapittel krijgt: na een goede voorlichtingscampagne met inhoudelijke gesprekken en debatten. Je kan niet de kiezer om een uitspraak vragen en deze naast je neerleggen als je het ermee oneens bent. Zo ondemocratisch is het CDA niet. Juist daarom heeft het CDA, binnen en buiten de gemeente Grave, kritisch gekeken naar het draagvlak voor herindeling en de plaats daarvan in het proces en/of het publieke debat. Opvallend was dat de voorstanders van samenvoeging daar nauwelijks aandacht voor lijken te hebben. Zij houden sterke betogen waarin talloze goede argumenten voor een gemeentelijke fusie de revue passeren. Je hoort ze echter niet (of nauwelijks) over het draagvlak onder de bevolking. Door zich te focussen op de werkelijkheid van het stadhuis, ontstaat er een bestuurlijke kokervisie die voorbijgaat aan de werkelijkheid op straat en hun zorgen over en bedenkingen bij een megafusie. Om die eenzijdigheid te doorbreken koos het CDA voor de centrale vraag: hoe is het gesteld met het draagvlak (in brede zin) onder de bevolking? De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderstreept dit in het nieuwe beleidskader. Die vraag naar draagvlak gaat verder dan meerderheden in gemeenteraden, informatieavonden (over een reeds genomen besluit) en inspraak over de naam van de nieuwe gemeente.

Als je uit bovenstaande tekst de retoriek weg filtert blijft een bruikbare basis voor werkelijke actie over. Zie daarvoor mijn vorige opmerking.

Hoe kijkt het CDA aan tegen de ontwikkelingen in het Land van Cuijk?
Dik driekwart van de kiezers in Escharen, Gassel, Grave en Velp ziet niets in één gemeente Land van Cuijk. Dat wil niet zeggen dat het Land van Cuijk slecht is en dat je de samenwerking niet mag intensiveren. Het is echter betreurenswaardig dat de bestuurlijke ontwikkelingen versneld zijn (door de herindeling met één jaar te vervroegen) en dat er vrijwel meteen gekozen is voor een coalition of the willing, zonder het gesprek aan te gaan over mogelijke opties. De Minister heeft meerdere keren heeft aangegeven dat bestuurskracht van gemeenten ook op andere wijzen dan intergemeentelijke samenwerking of herindeling  versterkt kan worden, bijvoorbeeld door voor sommige opgaven en regio’s taakdifferentiatie of alternatieve bestuursmodellen als oplossing te bieden. Het is jammer dat er nooit “met de benen op tafel” over alternatieven is gesproken. Out of the box denken had via een ándere weg hetzelfde doel binnen handbereik kunnen brengen. Dat Cuijk een duidelijk antwoord van Grave eiste, maar dat antwoord (dat uiterlijk in juni was gekomen) niet heeft afgewacht, is veelzeggend. Als er echter volop democratisch draagvlak is voor de grote fusie van Cuijk, Boxmeer en Sint Anthonis dan is er (voor die inwoners) niet aan de hand. Maar laat draagvlak nou hét ondergeschoven kind lijken (zie voetnoot 2 op pagina 3 van de “variantenanalyse met betrekking tot herindelingspartners” [stap 2a] in het fusieproces Cuijk, Boxmeer, Sint Anthonis” waarover De Gelderlander eind februari schreef onder de kop “Stuurgroep CBA: Wij van CBA adviseren CBA” [naar de bekende reclameslogan “Wij van WC-Eend adviseren  WC-Eend”]. Daarin wordt gesteld dat er geen sprake was [en is] van aanvullend onderzoek en/of een burgerpeiling [naar het voorbeeld van de gemeente Grave]). Het is echter niet aan ons om daarover een oordeel te vormen. Toch geeft de peiling van 2018 te denken. Waarom lopen onze inwoners niet warm voor het Land van Cuijk? Is dat omdat ze meer op Nijmegen, Wijchen en Uden georiënteerd zijn? Hoe zit dat elders in de regio? Is een schaalsprong van deze omvang niet alleen te groot van burgers, maar ook voor het bestuurlijke en ambtelijke apparaat? Ervaringen in het land geven op hun minst aanleiding tot reflectie.

De stellingname in de eerste zin “Dik driekwart van de kiezers in Escharen, Gassel, Grave en Velp ziet niets in één gemeente Land van Cuijk”is onjuist. In de rest van het verhaal zit veel waars, maar geen antwoord op de vraag hoe het CDA tegen de ontwikkelingen aankijkt, tenzij het CDA zich inderdaad tot aankijken wil beperken.
Er is ook nog de harde werkelijkheid die dwingt tot een bestuurlijke organisatie gebaseerd op de woonplaats van de burgers. Herindeling is de enige mogelijkheid die de huidige wetgeving mogelijk maakt. Voor de gemeente Grave resteert nu de keuze tussen samen met de andere gemeenten te gaan werken aan één gemeente Land van Cuijk waarin de inwoners en ondernemers zich thuis voelen of dat op eigen houtje doen zodat zelfstandigheid gehandhaafd blijft. Het wordt wel tijd eens duidelijk te maken wat die zelfstandigheid zou kunnen inhouden.

Hoe nu verder?
We dienen, in een democratie, mensen mee te nemen, anders raken we ze kwijt en zeggen ze - op een gegeven moment - keihard neen. De voorstanders van één gemeente Land van Cuijk hebben die dreun vorig jaar te verwerken gekregen. Wat doe je met zo’n tegenslag? Als CDA hebben we, zoals het hoort, het gelijk van de kiezer geaccepteerd. We moeten het uiteindelijk met elkaar rooien: in de raad, in de werkorganisatie CGM, in de regio Land van Cuijk en daarbuiten. Dat doen we óók door elkaar ruimte en een beetje tijd te geven voor een democratisch en waardig proces. Dat laatste is  - door het duidelijke besluit van Cuijk - wat lastig. Op de vraag: wat nu? antwoorden wij ook vandaag: voor ons staat democratisch draagvlak voorop. Het CDA wil niet dat de discussie over de bestuurlijke toekomst afleidt van de mensen die wij dienen. Daarom geven wij prioriteit aan het thema leefbaarheid in brede zin. Dat betekent dat er vaart gemaakt moet worden van de kernendemocratie en serieuze burgerparticipatie. In de CDA-motie is afgelopen dinsdag is aangenomen, wordt het college opgedragen in het najaar met een eerste visie te komen. Voor ons gaat het niet om de macht, maar om de mensen. Daarom vinden wij het wezenlijk dat vóór peiling en een besluit over zelfstandigheid of herindeling de kernendemocratie en burgerparticipatie moeten staan als een huis. Pas dan kan je het gemeentebestuur, na verkiezingen, uit handen geven aan een nieuwe raad.

Kennelijk vindt het CDA de  (volgens mij onjuiste) conclusie die wordt getrokken uit de opiniepeiling een tegenvaller. Dan zou je verwachten dat het CDA gaat proberen bij een volgende opiniepeiling wel een draagvlak te krijgen voor het CDA-standpunt. Het CDA heeft immers zorgvuldig vermeden de indruk te wekken dat dit standpunt is verlaten. Werken aan de ontwikkeling van een “kernendemocratie” is dan de oplossing. Het geinige is dat ook de andere gemeenten die kernendemocratie gewenst vinden voor de combinatie St. Anthonis Boxmeer en Cuijk en dat ook in het voorstel voor die ene gemeente in het Land van Cuijk kernendemocratie een belangrijke rol speelt. Je met kernendemocratie bezighouden is dus altijd goed.

Omdat te bewerkstelligen heeft het CDA een motie ingediend die door de raad is aangenomen. Het college krijgt de opdracht in het najaar met een eerste visie over die kernendemocratie te komen. Nu had het college die opdracht al lang. Want ook in het bestuursakkoord en in een motie van september 2018 is die opdracht al opgenomen.

Ik ben benieuwd hoe het college op die opdracht gaat reageren. Het college moet immers opereren binnen door de raad gegeven kaders en de raad heeft in de discussie over de werkwijze aangegeven eerder bij ontwikkelingen te worden betrokken. Of termen als “kernendemocratie”, “leefbaarheid  in brede zin” en “eerste visie” voor het college voldoende duidelijke kaders vormen betwijfel ik. Het college moet voor ambtelijke ondersteuning een beroep doen op CGM. Die organisatie zal wel bezig zijn met dezelfde opdracht voor ABC. Gaat Grave meeliften?

Eigenlijk zou de raad zelf, ondersteund door de griffie, moeten aangeven hoe samen met inwoners en ondernemers de kernendemocratie of themademocratie vorm wordt gegeven

Roland Eijbersen,
Jochem Jacobs,
Alex van Megen

Slotwoord van mijn kant
Alles bij elkaar heb ik de indruk dat het CDA de beslissing over de bestuurlijke organisatie in het Land van Cuijk uit wil stellen tot de volgende raadsperiode De slotzin zou ik daarom iets willen uitbreiden. Het wordt dan:
Daarom vinden wij het wezenlijk dat vóór peiling en een besluit over zelfstandigheid of herindeling de kernendemocratie en burgerparticipatie moeten staan als een huis. Pas dan kan je het gemeentebestuur, na verkiezingen, uit handen geven aan een nieuwe raad. Wat het CDA betreft is dat de gemeenteraad van de nieuwe gemeente Land van Cuijk.

Ik heb al geschreven dat het werk aan de nieuwe werkwijze van de gemeenteraad te beperkt is geweest. De doelstelling van die studie vertoont enorm veel gelijkenis met wat men met kernendemocratie voor ogen heeft: versterking van de betrokkenheid en dus de invloed van de inwoners en ondernemers op het besturen van de gemeente. Daaraan werken is dus een voorbeeld van twee vliegen in één klap.

Dat geldt voor Grave, maar ook voor de vier andere gemeenten in het Land van Cuijk. Zelf geef ik de voorkeur aan het begrip themademocratie omdat voor veel onderwerpen de woonkern een te nauwe begrenzing is. Ook daarom is samen optrekken in het Land van Cuijk de aangewezen weg.

Laat nu in het voorstel uit 2017 voor de bestuurlijke organisatie in het Land van Cuijk, waarover Grave nog steeds geen uitspraak heeft gedaan ook de optie was opgenomen in te stemmen samen te werken aan de ontwikkeling naar één gemeente in het Land van Cuijk met de mogelijkheid uiteindelijk alsnog te besluiten zelfstandig te blijven.

Is het een idee dit alsnog te doen? Dan kunnen we in ieder geval samen met de andere gemeenten in het Land van Cuijk gaan werken aan een bestuurlijke toekomst.

Leo de Vreede
Bovenkant formulier


maandag 29 april 2019

De raadsvergadering van 16 april 2019 in Grave



De extra raadsvergadering van 16 april was om twee redenen interessant, allereerst natuurlijk vanwege het onderwerp: de herschikking van de gemeenten in het Land van Cuijk. Het was ook de eerste raadsvergadering waarbij de nieuwe werkwijze van kracht zou zijn.

Nieuwe werkwijze
Al eerder heb ik geschreven dat de aanpak van dit project veel te beperkt is geweest. Het heeft weinig meer opgeleverd dan enkele, op zich zinvolle, cosmetische aanpassingen aan het verloop van de vergaderingen. Wil je de doelstellingen efficiënter vergaderen en raad in inwoners meer aan de voorkant betrekken werkelijk bereiken zul je hele systeem van het bestuursproces moeten bekijken. Dat systeem bestaat uit inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke ondersteuning. Vergaderingen van raad en commissies, werkbesprekingen informatievoorziening en andere communicatiemiddelen zijn gereedschap. Aan zo’n systematische benadering ontbreekt in Grave nogal wat. Ik herhaal het nog maar eens: In de huidige maatschappij is het nodig de inwoners daadwerkelijk te betrekken bij het besturen van de gemeente. Alleen op die manier kan voor te nemen besluiten draagvlak worden gevonden. Het begrip draagvlak speelt ook bij het voortdurende uitstel van een uitspraak over de bestuurlijke organisatie een belangrijke rol. De raad weet dit ook al jaren en wil er wat aan doen, maar komt niet verder dan een aanloop. Gesprongen wordt er niet.

Zo langzamerhand worden mijn stukjes steeds chagrijniger daarom, alvorens te proberen er een positieve draai aan te geven, een samenvatting in twee liedjes.
Het eerste is bedoeld om de moed erin te houden en waarschijnlijk wel bekend. Voor degenen die het origineel niet kennen hier een link: https://www.youtube.com/watch?v=JLF6IYL_ta4

Eerste couplet.
Ik heb een potje met vet
Ik heb een potje, potje,potje, potje vet onder de tafel gezet
Tarara

Tweede couplet enzovoorts, enzovoorts.
Het tweede liedje is gebaseerd op een oud kinderliedje “Constant heeft een hobbelpaard” (https://www.youtube.com/watch?v=SKIz2tsVjEo). Al een hele tijd geleden werd het in een Pothuusburgse buut gebruikt.

Komt in Grave een nota uit
Zorgt voor uitstel van het besluit
Een nieuwe probleem wordt aangepakt
Reuze moeilijk dus dan
Komt in Grave een nota uit
Zorgt………………………………………
Enzovoort

Hoe het dan wel moet? Op korte termijn met de wijk- en dorpsraden en andere maatschappelijke organisatie aan tafel gaan zitten. Intussen kunnen alvast een aantal voor de hand liggende verbeteringen in de communicatie met de inwoners aanbrengen. Op https://graafsetribune.blogspot.com kunt u voorbeelden vinden.


Herindeling
Wat vooraf ging:
·         In september 2017 werd aan de gemeenten in het Land van Cuijk voorgesteld per 1 januari 2023 samen te gaan in één gemeente Land van Cuijk. Dit voorstel was tot stand gekomen na zo’n vijf jaar samen praten, rapporten laten schrijven en confereren. Dat proces speelde zich volledig af binnen de bestuurlijke kringen. Pas nadat het voorstel klaar was werd er enige informatie aan inwoners gegeven.

Intussen hadden Cuijk, Grave en Mill per 1 januari 2014 hun ambtelijke organisaties alvast samengevoegd in de werkorganisatie CGM.

Het resultaat was dat de raden van Boxmeer, Cuijk en St. Anthonis met het voorstel voor één gemeente Land van Cuijk instemden. Mill zei nee en Grave stelde een uitspraak uit. Er zou eerst, tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen, een opiniepeiling worden gehouden.

·         Natuurlijk speelde deze kwestie een rol in de verkiezingscampagnes in Grave. LPG was duidelijk voor zelfstandigheid van Grave. Het CDA vond één gemeente Land van Cuijk het beste. De andere partijen waren wat minder uitgesproken door aan te geven waarde te hechten aan de uitkomst van de opiniepeiling.
Het duurde echter tot de raadsvergadering van 6 februari 2018 alvorens duidelijk werd welke vraag aan de kiezers zou worden voorgelegd. Op het laatste moment werd naast de keuze tussen zelfstandig Grave en één gemeente LvC  ook bestuurlijk samengaan van Cuijk Grave en Mill als optie opgenomen.
Zonder enige nadere informatie werd deze drievoudige vraag aan de kiezers voorgelegd. Waar de voor raadsleden jaren en stapels papier niet voldoende waren om tot een keuze te komen kregen de kiezers een paar weken, overigens zonder te weten wat de (nieuwe) raad met het resultaat van de opiniepeiling zou doen.
·         Bij de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2018 waren LPG en CDA de winnaars. Dat waren ook de partijen met de duidelijkste stellingname, zij het tegengesteld. Toch vormden deze partijen samen heel snel een college op basis van 9 stemmen. Er was echter nog geen bestuursakkoord bekend. Er was wel een procesverbaal van de opiniepeiling. De harde cijfers daarin waren:
o    Niet opgekomen, dus geen mening gegeven       44%
o    Zelfstandig Grave                                                24%
o    CGM                                                                    19%
o    Éen gemeente Land van Cuijk                             13%
Het verschil tussen een opiniepeiling en een referendum of verkiezing is dat bij een opiniepeiling “geen mening” wel een rol speelt.
·       Het duurde tot de raadsvergadering van 18 september 2018 voordat duidelijk werd hoe LPG en CDA hun tegengestelde opvattingen in één besluit tot hun recht zouden laten komen. Aan één Land van Cuijk zou deze bestuursperiode geen medewerking worden gegeven. Dat paste in het straatje van LPG. Het CDA had kennelijk zijn hoop gevestigd op de uitdrukking dat God’s molens nu eenmaal langzaam malen. De keuze voor zelfstandig Grave kon niet worden gemaakt omdat de CGM-variant ook als een reële optie uit de opiniepeiling naar voren kwam.
Uiteindelijk werd “besloten”:
1.    Deze raadsperiode (2018-2022) een besluit te nemen over de bestuurlijke toekomst van de gemeente Grave, waarbij twee opties nader worden uitgewerkt: zelfstandig blijven of herindeling met de CGM-gemeenten.
2.    Het college in dit kader de volgende opdrachten te verstrekken:
a.    Rapporteren aan de raad wat de organisatorische en financiële consequenties (intern gericht) zijn van zelfstandig blijven of herindeling CGM voor de zomer van 2019.
b.    Rapporteren aan de raad wat de maatschappelijke en financiële consequenties (extern gericht) zijn voor onze inwoners van zelfstandig blijven of herindeling CGM voor de zomer van 2019.
c.    Het opstellen van een communicatieplan voor de zomer van 2019 hoe we de inwoners hierover informeren en zullen raadplegen.
3.    De raden van Cuijk en Mill & St Hubert te informeren over dit besluit en hen te verzoeken om een reactie.
 Dus…uitstel van besluit en wachten op een nieuwe nota.
·       Van Mill en Cuijk kwam redelijk snel antwoord. Daaruit bleek dat men niet veel zin had in de CGM-variant, maar ook niet van plan was voor Grave een beslissing te nemen. Grave moest zelf maar een standpunt bepalen. Inmiddels waren Boxmeer, Cuijk en St. Anthonis begonnen met de voorbereiding van de bestuurlijke samenvoeging van die gemeenten. Grave en Mill zouden zich daarbij kunnen aansluiten.

Daarom werd in de raadsvergadering van 11 december weer via een motie het tijdschema van de motie van 18 september aangepast. De onderzoeken zouden nu voor 1 april 2019 beschikbaar moeten zijn. Tegelijk met de Europese verkiezingen op 23 mei zou weer een opiniepeiling worden gehouden. Aan inhoud en doel van die opiniepeiling werd in de motie geen aandacht besteed.
·         Omdat het weer geen besluit maar slechts een motie was het nodig in de raadsvergadering van 19 februari 2019 een echt besluit te nemen. Er moest een krediet van € 30.000 worden verleend om opdracht voor het onderzoek te kunnen geven. Dat besluit werd genomen met de wetenschap dat een deel van het onderzoek wel eens zinloos zou kunnen zijn. In Cuijk zou een voorstel in procedure komen om te besluiten met Boxmeer en St. Anthonis in zee te gaan.
·         Het rapport was keurig op tijd binnen en werd via een raadsinformatiebrief van 26 maart 2019 openbaar. Keurig volgens de opdracht gaf het rapport een opsomming van de consequentie van de opties zelfstandig Grave in twee alternatieven en de CGM-variant. Een advies werd niet gegeven omdat het ook niet was gevraagd. De optie één gemeente Land van Cuijk was niet in het rapport opgenomen. Daarmee had het college de motie uitgevoerd. Wat er met de rapporten moest gebeuren werd aan de raad overgelaten.
·         In de agendacommissie van 2 april 2019 kwam daarom de vraag aan de orde wat er met het rapport zou moeten gebeuren. Omdat het rapport in opdracht van de raad was opgesteld zou het logisch zijn dat het ook in een raadsvergadering zou worden besproken en dat op die basis de raad een besluit zou nemen over het vervolg en dan met name over de opiniepeiling die op 23 mei zou worden gehouden. Op 1 april had de raad van Cuijk besloten met Boxmeer en St. Anthonis in zee te gaan en daarmee was de CGM-variant in feite van de baan. De onvermijdelijke conclusie daaruit zou zijn dat Grave zou moeten besluiten inderdaad zelfstandig te blijven of toch maar aan te sluiten bij C, B en A.

Nu wilde het toeval (of het was een gevolg van de gebrekkige werkwijze van de raad?) dat er geen agenda was voor de commissievergaderingen van 16 april en 7 mei. En dus besloot de agendacommissie, heel verstandig, op 16 april een raadsvergadering te houden waarin ook de vraagstelling voor de opiniepeiling van 23 mei  zou worden vastgesteld. Hiermee wachten tot de eerstvolgende reguliere raadsvergadering van 16 mei 2019 zou de opiniepeiling, waar de collegepartijen zo’n grote waarde zeggen te hechten, alleen al om praktische redenen onmogelijk maken. Aldus werd door de agendacommissie besloten. Dat dit praktische ordevoorstel vanuit de oppositie kwam en niet van de coalitie is wel merkwaardig maar niet van belang.

·         En dan nu de nieuwste episode: de raadsvergadering van 16 april 2019. Ik citeer hier het volledige conceptbesluit.

De raad van de gemeente Grave

gelet op het raadsbesluit van 18 september 2018 n.a.v. het initiatiefvoorstel van LPG en CDA over de bestuurlijke toekomst Grave,

gelet op de aangenomen motie op 11 december 2018 ‘Uitwerking beslispunt 2: opdracht aan college’ m.b.t. de bestuurlijke toekomst Grave, gelet op de RIB 2019-15 Raadsinformatie Rapport Onderzoek bestuurlijke toekomst; drie varianten vergeleken met als bijlage het rapport van PWC,

besluit Kennis te nemen van het Rapport Onderzoek bestuurlijke toekomst Grave; drie varianten vergeleken.

Uit dit concept blijkt duidelijk dat deze operatie een gevolg was van een initiatief van LPG en CDA. Het werd aan de raad overgelaten dit concept via amendenten om te vormen tot een uitvoerbaar besluit. Dat een poging werd gedaan de oppositie het debat te laten openen was daarom onterecht. De coalitie had met een voorstel voor de voortgang moeten komen. Dat heeft men kennelijk niet aangedurfd.

De vergadering zou moeten verlopen volgens de nieuwe werkwijze. Positief was dat de raadsleden elkaar netjes benaderden. Maar dat was ook al het nieuwe. Van uitwisseling van argumenten was geen sprake. Het bleef bij met steeds meer nadruk herhalen van eigen standpunten. Het constateren van een gebrek aan draagvlak voor herindeling en de noodzaak van het tijdig betrekken van burgers  werd met veel allure verkondigd. Allemaal juist en dat wisten we al. Werkelijke suggesties om daar wat aan te doen bleven echter uit. Het resultaat was dan ook dat het concept-besluit tot besluit werd verheven en het rapport tezamen met de inbreng vanuit de ondernemers tijdens het spreekrecht naar het archief werd verwezen.

Omdat dit toch wel erg mager was kwam het CDA met een motie waarin werd aangegeven hoe de raad van Grave verder zou gaan met dit probleem.
De aanpak is simpel. De ontwikkelingen in de regio worden nauwgezet gevolgd en de deur voor de gemeenten Cuijk en Mill wordt opengelaten. Daarnaast kreeg het college enkele opdrachten die men toch al had. Het college moet in het najaar met een eerste proeve van een visie op kernendemocratie inclusief burgerparticipatie komen. Oh ja, de opiniepeiling op 23 mei gaat niet door.

Hoe nu verder?
Het is wel zeker dat op beide onderwerpen de nieuwe werkwijze en de herindeling nieuwe coupletten aan de twee kinderliedjes zullen worden toegevoegd. Daar schieten we niet echt mee op. Het wordt tijd voor een therapeutische benadering. Een start daarvoor zou kunnen zijn dat er een gesprek wordt georganiseerd tussen raadsleden en vertegenwoordigers van diverse geledingen in de Graafse samenleving. Het initiatief daarvoor moet wel uitgaan van de gemeenteraad zelf. Als die de noodzaak er niet van inziet is het allemaal zinloos en gaan we vrolijk verder met potjes vet onder de tafel te zetten.

Als u vindt dat dit heel veel lijkt op de aanpak van een werkelijke nieuwe werkwijze van de raad heeft u gelijk. Eigenlijk gaat het om dezelfde vraag: hoe worden wij als inwoners het beste bestuurd. Dan is de omvang van de gemeente één aspect net als de wijze waarop gemeentebestuur en inwoners met elkaar omgaan. Die twee aspecten beïnvloeden elkaar wel.

Leo de Vreede

maandag 1 april 2019

Inspreektekst commissie Inwoners en bestuur 19 maart 2019





Geachte commissie

Vanavond bespreekt u het voorstel voor een nieuwe werkwijze van de gemeente raad. Ik heb maar vijf minuten dus ik moet vrij kort door de bocht gaan.

In feite behelst het voorstel niet meer dan enkele aanpassingen in de verordeningen voor de gemeenteraad zelf en de commissies. Daarbij stelt u ook een document vast waarin, ik noem het maar regieaanwijzingen voor de vergaderingen van de raad en de commissies zijn opgenomen.

In een tweetal formeel aan de raad gerichte brieven naar aanleiding van het door u aangenomen voorstel voor een motiemarkt heb ik al te kennen gegeven dat ik dit voorstel voor de werkwijze nogal mager vind.

Vreemd vind ik dat er in dit voorstel zelfs geen enkele verwijzing naar die motiemarkt is te vinden. Die markt heeft immers een doel dat ook tot de doelstellingen in dit voorstel behoort. Ook heb ik geen enkele aanwijzing dat mijn opmerkingen een rol spelen. Gelukkig fungeert het spreekrecht nog steeds als noodingang.

De kern van mijn kritiek is dat het voorstel en zeker de besluiten slechts betrekking hebben op een deel van het hele proces om tot een uitvoerbaar raadsbesluit te komen en wel de vergaderingen van de raad zelf en de commissies in hun huidige vorm. Op zich nuttig en deels nog zinnig ook. Maar de doelstellingen waarmee het voorstel begint kunnen niet worden bereikt zonder hetgeen zich afspeelt voordat de vergadering wordt gehouden goed te structureren. Ook moet de overgang van commissie naar raad meer inhoud krijgen dan in de huidige situatie

Het zou te ver voeren proberen in deze 5 minuten volledig te zijn. Ik ga kort in op een drietal onderwerpen.

Allereerst uw 2e doelstelling. De raad wil de inwoners meer betrekken bij de eerste fase: beeldvorming. Deze doelstelling is al een paar jaar te horen. In de rest van het voorstel wordt er niet op ingegaan hoe dit inhoud moet krijgen. Ja van de reeds lang bestaande mogelijkheid niet-commissieleden toch te laten meepraten zal meer gebruik worden gemaakt. Daar staat weer tegenover dat zelfs openbare werkbijeenkomsten van de raad alleen voor raadsleden zijn bestemd. Technische avonden, toch bij uitstek beeldvormend, zijn besloten.

Van gedachten wisselen over hoe een zinvolle deelname van burgers gestalte kan krijgen is een avondvullend gesprek op zich al waard. U spreekt over de BOB-aanpak. Voor burgerparticipatie stel ik voor het 4x I-traject te volgen. Informatie, Interesse, Inzicht, Invloed. Wil je invloed uitoefenen moet je over Inzicht beschikken. Je moet wel interesse hebben om dat inzicht te verkrijgen. En tegenwoordig is interesse voor bestuurlijke zaken niet meer vanzelfsprekend. Vandaar dat een wervend informatietraject (reclamecampagne) vooraf moet gaan. Waarom wilt u eigenlijk de burgers meer bij uw werk betrekken?

Het tweede onderwerp dat ik wil aansnijden is de commissiestructuur. Kennelijk ziet u geen reden de huidige structuur ter discussie te stellen. Het is zelfs zo sterk dat wijzigingen die in het oorspronkelijke voorstel waren opgenomen weer teniet zijn gedaan. Het aloude gezegde “zij dronken een glas enz.” komt weer in zicht.

Je zou denken dat gemeenteraad, raadscommissies, auditcommissie, agendacommissie, fractievoorzittersoverleg, werkbijeenkomsten en technische avonden tot één samenhangend systeem behoren. Waarom dan ook niet één document waarin samenstelling, taak en werkwijze zijn geregeld? Nu hebben en houden we het reglement van orde, de verordening op de raadscommissies en de verordening op de auditcommissie. Voor de andere organen dient het document werkwijze gemeenteraad Grave 2019-2022 als handleiding. Zeker voor de raadscommissies zou een kritische beschouwing op de huidige organisatie en samenstelling nuttig zijn geweest. Veel aandacht wordt geschonken aan de problematiek van zogtenaamde technische vragen. Niet gekeken is of het voortraject zodanig kan worden geregeld dat technische vragen kunnen worden voorkomen; anders gezegd aan welke eisen moet een voorstel voldoen alvorens het in behandeling kan worden genomen en wie beoordeelt dat. Nu is de uitkomst van een commissievergadering niet meer dan de vaststelling of het een A- of B-stuk wordt. Ik zie in het voorstel geen verandering en dat is ook uit het oogpunt van werkdruk verlaging een gemiste kans. Een ander gevolg is dat in de raadsvergadering veel uit de commissievergadering zal worden herhaald en zelfs moet worden herhaald

Het laatste punt dat ik wil aanhalen is het spreekrecht. Volgens het oorspronkelijke voorstel zou in de raadsvergadering het niet meer mogelijk zijn in te spreken over op de agenda voorkomende zaken. In het licht van de BOB-benadering een logische wijziging en ook de enige echte wijziging ten opzichte van de huidige gang van zaken. U heeft het toch niet aangedurfd. En op dit moment is dat terecht. Aan de voorwaarde dat de burger voor de raadsvergadering voldoende aan bod is gekomen wordt ook na vaststelling van de nu voorgestelde besluiten niet voldaan.

Het zou goed zijn geweest aan zin en vorm van het spreekrecht een afzonderlijke bespreking te wijden

Tot slot: In de agendacommissie is aangegeven dat het voorstel “niet in beton is gegoten”. U hoeft u zich nu niet te beperken tot de uitspraak A of B. U kunt dit keer het college adviseren het voorstel terug te nemen en met u zelf af spreken de gedachten die in het document werkwijze gemeenteraad zijn verwerkt na te leven. Vervolgens dient het project “Besturen van de gemeente Grave” te worden opgezet.

Voorwaarde is wel dat het voorstel om de griffiecapaciteit uit te breiden wordt aangenomen. Waarom daarover zo geheimzinnig wordt gedaan is mij een raadsel.

Hoe wordt Grave in de toekomst bestuurd



Dit verhaal is op 21-februari 2019 naar de Arena gestuurd

HOE WORDT GRAVE IN DE TOEKOMST BESTUURD

Inleiding
Voor de laatste raadsvergadering waren twee avonden nodig. Het waren dan ook belangrijke onderwerpen waarvan de voorgenomen fusie van drie van de vier Graafse voetbalverenigingen nog extra publieke belangstelling trok.

De volgende cyclus is inmiddels begonnen. Op de agenda van de raadsvergadering van 26 maart 2019 staan naast wat routinezaken twee voorstellen die beogen de bestuurskracht van de gemeente te versterken.

Net te laat om op reguliere wijze op de agenda te kunnen worden geplaatst kwam het bericht dat de gemeente bij het hoger beroep inzake de schade van het faillissement van de scheepswerf in het ongelijk is gesteld. Natuurlijk zullen de gevolgen van die uitspraak in de volgende raadsvergadering worden besproken.

Eigenlijk maken al deze onderwerpen deel uit van eenzelfde allesomvattend vraagstuk: hoe moet het bestuur en beheer van de gemeente Grave zodanig worden georganiseerd dat het belang van de inwoners zo goed mogelijk wordt gediend. In onze huidige maatschappij betekent het ook dat inwoners niet alleen in de uitvoering, maar ook in de besluitvormingstrajecten een actieve rol moeten spelen. Over deze definitie kun je nog eindeloos van gedachten wisselen, maar ik heb het idee dat de basis voor alle partijen in Grave wel ongeveer hetzelfde is. Termen als “aan de voorkant”, kernendemocratie, participatie gaan al enkele jaren over tafel. Het wordt tijd dat er invulling aan wordt gegeven. Een aantal gebeurtenissen in bestuurlijk Grave heeft wel duidelijk gemaakt dat er verbetering van de informatie-uitwisseling tussen en samenwerking van alle bestuursorganen inclusief organisaties als wijk- en dorpsraden nodig is. Dat wordt al vele jaren ook buiten de kring van het gemeentebestuur geroepen en zelfs de raad is nu bijna drie jaar geleden begonnen met een actie om de communicatie tussen gemeente en burgers te verbeteren. Die actie is tot nu toe beperkt gebleven tot intern overleg en enkele experimenten met een gewijzigde vergaderstijl. Dat schiet nog niet echt op.

De voetbalfusie
In feite is  het besluit over de rol van de gemeente in dit proces alleen maar uitgesteld. Het kan nog alle kanten uit. Inmiddels ziet het er naar uit dat ook binnen de verenigingen zelf nog niet alle neuzen in dezelfde richting staan. De lering die je hier uit moet trekken is dat ook een dergelijk project in fasen, inclusief tussenbesluiten, moet worden aangepakt en dat gemeenteraad en leden van de vereniging niet pas bij de uiteindelijke beslissing een rol mogen gaan spelen.

De drie-eenheid
Hier is wel sprake van een gefaseerde aanpak. De vraag die nu vooral naar voren kwam was hoe de gemeenteraad de voorgang kan blijven volgen. Op regelmatige tijden zal de raad toch moeten vaststellen of alles nog volgens plan verloopt. Raadsinformatiebrieven zijn daar nu het gebruikelijke middel voor. Ik vind dat te weinig structureel. Aangeven dat de zaak volgens plan verloopt (dat er dan ook moet zijn) is net zo belangrijk als problemen vermelden. Een informatie en rapportagestructuur moet daarom een wezenlijk onderdeel zijn van een projectplan. Een gemeenteraad moet uit hoofde van zijn taak een project volgen. Uiteindelijk worden burgers geconfronteerd met de gevolgen van een project. Er zijn financiële consequenties en er kunnen persoonlijke belangen mee zijn gemoeid. Tijdige informatie aan burgers is dan ook van wezenlijk belang en kan problemen later voorkomen. Wat nu is toegezegd is te incidenteel. Een vaste periodieke informatie via de commissies zou een aanpak kunnen zijn. Als dat 80% van de projecten en processen volgens plan verloopt kost het niet veel tijd en moeite de 20% waar moet worden ingegrepen tijdig te ontdekken. Daarvoor moet wel de werkwijze van de commissies worden aangepast en daarover is in het voorstel voor de komende vergadering niets terug te vinden.

De vestingvisie.
Het voorgaande is ook van toepassing op de vestingvisie. Dit is een project dat als het ware een paraplu gaat vormen over allerlei bestaande en toekomstige projecten heen. Het is heel verstandig dat via een amendement de raad heeft besloten in ieder geval voor de financiën een eigen structuur voor het Visioterrein in te richten. Naar mijn mening is dat niet voldoende. De reikwijdte van de vestingvisie gaat verder dan het Visioterrein (wanneer krijgt dat een fatsoenlijker naam?). De visie dient niet alleen financieel te worden bewaakt. Het is een “inspirerend leidraad”. Inspireren en leidraad zijn actieve begrippen. Tot nu toe is de gemeente vaak te passief

De stimuleringssubsidie
Ook de gemeenteraad van Grave vindt dat wij met z’n allen er voor moeten zorgen dat er minder regenwater in het riool terecht komt. Dat kan door het regenwater van onze daken en tuinen af te koppelen van de riolering en op eigen terrein op te vangen. Dus gras in plaats van tegels en zo. Daarvoor heeft de raad nu besloten een financiële bijdrage te geven. Een toezegging om het budget zo nodig te verruimen was voldoende om er in de raadsvergadering maar helemaal niets meer over te zeggen. Ik geloof er niet in dat, alleen op grond van de mededeling op de website en in de krant, mensen in massa naar de gemeente zullen komen met hun plan hun terrassen te vervangen door gras op kratjes. Een echt actieve informatieserie is daarvoor noodzakelijk.
Onlangs heeft de raad het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGHRP) vastgesteld. Bij de vaststelling vond de raad wel dat men eigenlijk te weinig informatie had om goed te beseffen wat men besloot. Daarom is er nu op 1 april een openbare werkbespreking over dit genomen besluit. Er is drie kwartier voor uitgetrokken. Vooralsnog staat deze bijeenkomst niet op de openbare vergaderkalender. Of ook de afkoppeling aan de orde komt weet ik niet. Het is wel een wezenlijk onderdeel van dat VGRP.

De motiemarkt
Ook bij de raadsleden leefden nog al wat vragen over de betekenis van zo’n markt die elders al enkele jaren in het kader van de begrotingsbehandeling wordt georganiseerd. Het komt er op neer dat burgers hun ideeën via marktkramen aan raadsleden mogen verkopen. In de toelichting vanuit de initiatiefnemers zat een ondertoon van “nou doen we wat om de burgers erbij te betrekken en dan komt er weer gezeik”. Met slechts één stem tegen werd het voorstel aangenomen. Als er ooit een opsomming komt van de voorwaarden waar een goed raadsbesluit aan moet voldoen zal blijken dat dit besluit daar niet aan voldoet.
Maar alleen kritiek leveren is  ook niet opbouwend. Ik doe daarom wel mee. Nu alles nog moet worden uitgewerkt zou ik zelfs nu al kunnen meedoen. Van openbaar groen en parken heb ik geen verstand en ik heb een hekel aan tuinieren. Op verzoeken van de gemeente om daaraan mee te werken reageer ik dus niet. Op het gebied van bestuurlijke organisatie heb ik wel kennis, ervaring en liefhebberij. Daar doe ik dus graag aan mee. Maar in mijn geval geldt ook de regel dat zowel de ontwikkelaar van een idee en degene die het idee moet uitvoeren samen een tijd moeten optrekken; een projectmatige aanpak dus. Mijn aandeel kunt u zien groeien op https://graafsetribune.blogspot.com .

Nader onderzoek bestuurlijke toekomst.
De raad heeft  in december het college opdracht gegeven een onderzoek te laten instellen naar de voor- en nadelen van de twee opties “Zelfstandig Grave en “Grave samen met Cuijk en Mill”. Er wordt € 30.000 voor uitgetrokken en op 1 april moet het rapport klaar zijn. Ik zou, puur uit belangstelling, wel eens willen weten hoe het uitverkoren bureau het onderzoek gaat aanpakken en waarom die aanpak beter lijkt dan de manier van de andere kandidaat.
Leuk vond ik de paragraaf Overige politiek relevante informatie.
“Een deel van het onderzoek kan bij oplevering niet meer ter zake doende zijn als gevolg van besluiten die door andere gemeenten in de regio in dezelfde periode worden genomen. Op dat moment moet bezien worden hoe de resultaten geinterpreteerd moeten worden.”
Deze zin past uitstekend in de Graafse bestuurlijke cultuur: we nemen een besluit en zien wel waar het schip strandt.

De scheepswerf
Dat het bericht over de uitspraak van het hof een tegenvalt is logisch. De gemeente blijkt nu wel degelijk mede aansprakelijk te zijn voor de schade geleden bij het faillissement van de scheepswerf. Maar dat het, zoals in de eerste reactie van het college naar buiten kwam, een complete verrassing is verbaast mij. In de tijd dat de kwestie speelde was er van veel kanten al kritiek op de manier waar Grave de zaak bestuurlijk aanpakte. Dat de zaak in eerste instantie werd gewonnen was een meevaller. Maar iedereen weet dat wedstrijden vaak in de tweede helft worden beslist. Dat de gemeente in de begroting nog geen budget heeft gereserveerd is tot daar aan toe. Dat er zelfs in de risicoparagraaf van de begroting niets over werd vermeld is een misser.
Het hoger beroep heeft bijna drie jaar geduurd. Dat de gemeente er in die tijd niet bij werd betrokken wil er bij mij niet in. Processen moeten zoveel mogelijk worden vermeden, maar als ze er zijn moeten ze wel worden gevolgd en dus zou ik het volgen van processen in een informatiestructuur opnemen. Volgens het voorstel over de werkwijze van de raad dat nu voorligt is dat niet het geval.
Natuurlijk moet nog worden gekeken of cassatie meer kan inhouden dan uitstel van executie. Belangrijker is echter het antwoord op de vraag hoe nu verder te gaan. Schade beperken en dekken. Dat betekent ook afwegen tegen andere voornemens. Het terrein van de scheepswerf is onderdeel van de vestingvisie. De gemeente heeft ook plannen voor andere investeringen. Daar zal hetv goed voorbereid over moeten gaan
Het zoeken van een zondebok en daarvoor op korte termijn een debat in de raad organiseren, zoals Keerpunt 2010 blijkbaar wil, is zinloos.

Werkwijze raad.
Het was de bedoeling het voorstel al in de afgelopen vergadering te behandelen. Het werd door de fractievoorzitters niet op de agenda geplaatst omdat men er eerst nog een werkbespreking aan wilde wijden, zodat er een nieuw voorstel kon komen dat meer kans op instemming zou hebben. Die werkbespreking moest wijken voor het vervolg van de raadsvergadering.
Het raadsvoorstel is dus ongewijzigd toch weer op de agenda geplaatst. Volgens de huidige werkwijze valt er dan voor de raadsvergadering niets aan een voorstel te veranderen. Dat kan alleen in de raadsvergadering via een amendement. Eventueel kan in de vorm van een motie het college nog een boodschap worden meegegeven over de gewenste interpretatie van het raadsbesluit. Dat komt de duidelijkheid van een besluit niet ten goede. Dat riep in de agendacommissie de vraag op of de nu op 11 maart geplande werkbespreking nog wel zinvol was als aan het voorstel niets meer zou kunnen worden gewijzigd. Gelukkig stelde de voorzitter dat het voorstel niet in beton is gegoten. Ie uitspraak houdt waarschijnlijk in dat de behandeling in de commissie kan leiden tot een advies aan het college om met een nieuw voorstel te komen. Het zou goed zijn deze adviesmogelijkheid voor de commissie alvast als eerste aan het huidige voorstel toe te voegen.
Zoals het voorstel er nu ligt stelt het weinig voor. Aan de rol van burgers bij de werkzaamheden van het gemeentebestuur wordt helemaal geen aandacht gegeven.
De enige werkelijke wijziging is dat het spreekrecht in de raadsvergadering over agendapunten van die vergadering wordt afgeschaft. Nu zou het inderdaad onnodig moeten zijn dan nog iets in te brengen. Helaas blijkt dat gebruik maken van het spreekrecht nog te vaak door insprekers als een laatste strohalm wordt gezien.
Liever zou ik zien dat het hele voorstel van tafel gaat en dat tijd wordt genomen de bestuurlijke processen in Grave eens goed te organiseren. Dat geldt zeker voor het geval dat Grave zelfstandig blijft, maar het kan ook een goed bijdrage zijn aan de organisatie van de gemeente waar het huidige Grave deel van gaat uitmaken.

Urenuitbreiding griffie.
“Lest best” is een goede kenschets van dit laatste onderwerp in dit verhaal.
Toch heb ik kritiek. Het ontgaat mij waarom over dit voorstel zo geheimzinnig wordt gedaan. Er is ook nadrukkelijk afgesproken dat het een A-stuk wordt. Er mag dus niet over worden gesproken. Dus weet ik niet welke visie over de taak van de griffie heeft geleid tot het voorstel om de capaciteit slechts met 8 uur te verhogen.
Volgens mijn visie op de rol van de griffie zullen die 8 uur niet meer dan een start zijn. Een van de bezwaren die ik tegen de huidige CGM-constructie heb is dat ons eigen gemeentebestuur zonder voldoende eigen ondersteuning in de bestuurszee ronddobbert. Zaken als bestuurlijk processen, omgaan met organisaties in de gemeente, kortom bijna alles waar ik me nu druk over maak moeten niet verlopen via een externe organisatie als CGM.
Een eerste opdracht aan de versterkte griffie zou kunnen zijn het project om te komen tot een moderne en effectieve manier van Grave besturen grondig aan te pakken.

Slot
Nu het gemeentebestuur via het besluit over de motiemarkt te kennen heeft gegeven ideeën vanuit de burgers welkom te heten heb ik de uitlaatklep via deze toch wel omvangrijke ingezonden stukken in de Arena hopelijk niet meer nodig. Er zijn al enkele ingezonden brieven naar de gemeenteraad onderweg. Komende raadsvergadering zal wel blijken wat de gemeenteraad daarvan vindt. In ieder geval ga ik door met onderwerpen aansnijden op https://graafsetribune.blogspot.com . Die zijn niet bedoeld als een cursus “gemeentebestuur voor dummies”. Bijdragen en commentaar zijn daarom van harte welkom. In de bibliotheek is voldoende ruimte en tijd om gesprekken daarover te organiseren. Nu weet u alvast hoe mijn kraam op de motiemarkt er ongeveer uit gaat zien.

Leo de Vreede

Naar Arena gestuurd op 21-2-2019

zondag 17 februari 2019

Vervolg brief aan de raad over de motiemarkt.


Op 12 februari kon de agenda voor de raadsvergadering niet worden afgewerkt. Zo werd ook de behandeling van het voorstel over de motiemarkt doorgeschoven naar 19 februari. Dat was aanleiding alvast een vervolg te sturen.


Geachte raadsleden,

Inleiding
In de vergadering van 12 februari 2015 bent u na de A-stukken niet verder gekomen dan behandeling van het voorstel over de fusie van de voetbalverenigingen annex kredietverlening nieuwe sportaccommodatie en de instemming met de samenwerkingsovereenkomst in het kader van de drie-eenheid Velp.

Voortgang motiemarkt en werkwijze raad
De behandeling van het voorstel over een motiemarkt is doorgeschoven naar het vervolg van de raadsvergadering op 19 februari. Op die avond waren al de vergadering van de agendacommissie en een werkbespreking over de werkwijze van de raad gepland. Die werkbespreking is doorgeschoven naar 11 maart. Het gevolg daarvan is dat het voorstel voor de werkwijze inmiddels aan de agendacommissie is voorgelegd. Bespreking in een werkbespreking is op 11 maart, overleg in de commissie op 19 maart en besluitvorming in de raad van 26 maart. Tijd om resultaten uit werkbespreking en commissie te verwerken alvorens de raad als geheel aan het woord komt is er niet. En dan te bedenken dat het voorstel voor de werkwijze in de bijna afgelopen cyclus werd aangehouden omdat de voorbereiding onvoldoende was. Nu gaat het een cyclus later ongewijzigd de procedure in; tel uit je winst.

Wel behandelde voorstellen zijn leerzaam voor de werkwijze
De twee behandelde B-stukken bieden een aantal elementen die bij de besluitvorming over de motiemarkt en de daarna volgende bespreking van de werkwijze van de raad van nut kunnen zijn. Dat de volgorde van bespreken omgekeerd zou moeten zijn laat ik maar in het midden.

Ook uit de discussie over deze B-stukken blijkt dat de aanloop naar bestuurlijke afhandeling van een project enorm belangrijk is. Onderdeel daarvan is dat alle betrokkenen bij de uitvoering van een besluit over een project ook hun rol moeten spelen in die voorbereiding. Daarvoor moet natuurlijk ieder zijn eigen rol met alle mogelijkheden en beperkingen kennen.

Voor de gemeente betekent dit ook dat beslissingen over een project moeten passen in het totale beleid van de gemeente. Dat is vooral financieel gezien een flinke opgave. Over de financiële positie van de gemeente wordt in de raad verschillend gedacht. Ook degenen met een optimistische kijk op de zaak hebben baseren zich op uitspraken van de accountant. Die constateert dat de begroting van de gemeente structureel niet sluitend is. Zelfs als je vindt dat de financiële positie van de gemeente desondanks goed is zul je aan dat structurele tekort  iets moeten doen. De enige aanpak is een combinatie van minder uitgeven en meer inkomsten. Uitleggen dat het dan toch verantwoord is te investeren in een nieuwe sportaccommodatie is dan niet eenvoudig, zo is gebleken.

Het gereedschap om een goed financieel beleid te voeren is de Planning en Controlcyclus van de gemeente. Die bestaat uit de drie-eenheid kadernota, begroting en jaarrekening eventueel aangevuld met tussenrapportages. De wijze waarop de gemeente Grave dit gereedschap hanteert is “voor verbetering vatbaar”. Daarover is echter in het nu voorliggende raadsvoorstel werkwijze raad niets terug te vinden.

P.P.S.-constructie
De twee voorstellen die nu zijn behandeld hadden gemeenschappelijk dat het ontwikkelingsprojecten betreft waarbij de gemeente samenwerkt met derden die geen onderdeel zijn van de overheid. Er is sprake van publiek-private-samenwerking. Ook vanwege de dubbelrol van de gemeente als medeontwikkelaar en bewaker van het algemeen belang is duidelijkheid over ieders rol gedurende het hele traject essentieel.

Zo’n project wordt daarom onderverdeeld in fasen die ieder worden afgesloten met een keuze tussen ongewijzigd doorgaan, anders doorgaan en stoppen. Bij de gemeente is dan de rolverdeling tussen raad, college en ambtelijk apparaat weer belangrijk. Met name de vraag op welk moment een project wordt ingepast in de planning- en controlcyclus moet tijdig worden beantwoord.
Dat de aanpak van het project fusie van voetbalverenigingen en ontwikkelen van een nieuwe sportaccommodatie in strijd is met alle theorieën voor dergelijke samenwerkingsprojecten is inmiddels bij iedereen wel duidelijk.

De opzet van de projectorganisatie bij de drie-eenheid is duidelijker. Maar ook daar is zeker binnen de gemeentelijke organisatie onduidelijkheid over de vraag wie wanneer aan zet is. In beide gevallen speelt de gebrekkige organisatie van de informatie-uitwisseling binnen de gemeentelijke samenleving een grote rol. Ook bij voorgaande vergelijkbare projecten met een P.P.S.-karakter is dit aan de orde geweest. In het algemeen stelt de gemeente zich in het voorbereidingstraject veel te passief op.
Dat constateren is één en er lering uit trekken voor de toekomst is twee. In het nu voorliggende voorstel over de werkwijze van de raad is over dit aspect niets terug te vinden.

Fusie voetbalverenigingen en sportaccommodatie
In de commissie- en raadsvergadering is men eigenlijk niet verder gekomen dan vooruitschuiven van het wezenlijke probleem: is het verantwoord dat de gemeente zo’n bedrag investeert in een nieuwe accommodatie en vervolgens het beheer en onderhoud overlaat aan de fusievereniging. Hockeyvereniging en anderen die willen sporten hebben volgens het huidige voorstel niet meer te maken met de gemeente maar met de nieuwe voetbalvereniging. Terecht dat daarom werd gevraagd naar een sportnota waarin de rol van de gemeente bij de sportbeoefening in Grave wordt geregeld. Maar het ziet er niet naar uit dat die nota er is alvorens over de investering wordt beslist. Ik zie zo gauw geen uitweg uit dit doolhof zonder in conflict te komen met het bestuursakkoord.

De drie-eenheid
In  dit project is vooral onduidelijkheid over de rolverdeling tussen college en raad aan de orde. Eigenlijk ging het deze vergadering alleen om uitwerking van een onderdeel van een vorig besluit. Toen heeft de raad ingestemd met de opzet van het project. Die opzet zou het college dan verwerken in een samenwerkingsovereenkomst met de andere partijen. Dat afsluiten van de overeenkomst is een taak van het college. De raad had echter aangegeven de overeenkomst eerst te willen beoordelen alvorens het college de handtekening zou zetten. Principiële zaken zouden niet meer aan de orde hoeven zijn. Nagegaan zou moeten worden of de wensen van de raad technisch gezien goed waren vertaald in de ontwerpovereenkomst. Typisch voorbereidingswerk. In de commissie werden dan ook vragen gesteld, die deels afdoende werden beantwoord. Maar die antwoorden waren niet verwerkt in het te nemen raadsbesluit. Daarnaast ging het vooral om de wijze waarop de raad het project kan volgen. Daarvoor werden voor dit onderwerp wel toezeggingen gedaan. Dat is echter geen structurele aanpak en die is wel nodig. Ook dit onderwerp ontbreekt nog in het voorstel over de werkwijze van raad en commissies

Raadsvergadering herhaling van de commissie
Het gevolg voor beide onderwerpen was ook dat de behandeling in de raad, met uitzondering van tevredenheid over beantwoording van enkele technische vragen niet meer was dan een herhaling van hetgeen in de commissie aan de orde was geweest. Dat is mede een gevolg van de vage taak van de huidige commissies. Volgens het huidige voorstel voor de werkwijze van de raad verandert er eigenlijk niets. De wijzigingen waarmee men nu experimenteert kunnen alleen effect hebben als er veel verandert aan het voortraject en de commissie meer inhoud aan het advies kan geven dan het de reden waarom iets een B-stuk moet worden.

Opmerkingen
Onopgemerkt schuiven tussen programma’s uit de begroting
Behalve de twee al genoemde kwesties is er ook nog een A-stuk alsnog tot B-stuk verheven. Het ging om een wijziging van het voorstel om de jaarlijkse bijdrage aan een onderhoudsvoorziening ongeveer te halveren. Met het oog op de lange termijn zou het oorspronkelijke bedrag moeten worden gehandhaafd. De korting was bedoeld om dichter bij een structureel sluitende begroting te komen. Het wijzigingsvoorstel werd natuurlijk afgestemd. Dat ik het hier noem komt omdat in het voetbalverhaal een dergelijke constructie voorkomt. Een aanzienlijk deel van de investering wordt namelijk gedekt door de jaarlijkse bijdrage aan onderhoudskosten van de velden af te schaffen. Daar moet de fusievereniging voor opdraaien. Zoiets moet dan in het contract worden vastgelegd. Maar tenzij je in het contract iemand er hoofdelijk aansprakelijk voor kunt stellen is het uiteindelijke risico toch voor de gemeente. Maar dat geldt eigenlijk voor de hele operatie.

Moties kunnen ook dienen om standpunten van de raad vast te leggen
Er werd nog een motie ingediend om het college te dwingen met een sportnota te komen zodat zichtbaar is hoe de nieuwe accommodatie past in het totale beleid. Vanuit het college werd gevraag de motie in te trekken omdat men snel met een dergelijke nota zou komen. Gelukkig ging de indiener niet verder dan aanhouden van de motie in afwachting van nadere informatie over de sportnota. Ofschoon die informatie er nog niet is, staat afhandeling van de motie wel geagendeerd voor de volgende raadsvergadering. Zelfs het opstellen van een plan om tot een sportnota te komen vraagt tijd. Los daarvan vind ik dat een motie, ook als die het college dwingt te doen wat ze toch al van plan zijn zin kan hebben. Daarmee legt de raad een mening vast en dat is vaak verstandig.

Inbreng van private partijen is nog geen burgerinitiatief
Tijdens discussie werd nog als argument voor de late inschakeling van de gemeenteraad bij de ontwikkeling van de sportaccommodatie nog aangevoerd dat het hier een burgerinitiatief betreft. Dan zou de raad zich blijkbaar afzijdig moeten houden. Initiatieven die in de burgerij leven dient de gemeente zo snel mogelijk te omarmen.  Daarvoor hebben we politieke partijen, wijk- en dorpsraden en nog andere organisaties. Als dat alles faalt is er nog als noodingang het formele burgerinitiatief. Dat beoogt alleen het betreffende onderwerp op de politieke agenda te krijgen. Het is goed dat die mogelijkheid bestaat, maar in een ideale gemeente hoeft dit gereedschap nooit uit de kast te worden gehaald.

Spreekrecht
Volgens het nu voorliggende voorstel voor de werkwijze wordt het spreekrecht in de raadsvergadering beperkt tot onderwerpen die niet op de agenda staan. De achterliggende gedachte is juist. Bij het begin van de raadsvergadering dienen alle stukken op tafel te liggen. Het is dan niet nodig dat iemand buiten de raad nog eens wijst op zin of onzin van het voorstel. Voorwaarde is dan wel dat alle informatie beschikbaar is die nodig is om een verstandig  en uitvoerbaar besluit te nemen, waarbij de inwoners er van overtuigd zijn dat dit besluit inderdaad het beste voor hen is.

Zover is het nog niet. Het nu beperken van het spreekrecht is dan ook een vorm van het kind met het badwater weggooien. Vorige keer wees ik er op dat het toch zin kan hebben een voorstel waaraan niemand twijfelt toch te bespreken. Datzelfde geldt ook voor het spreekrecht. Ik kwam op die gedachte bij het aanhoren van de inbreng tijdens het spreekrecht over de drie-eenheid. Die zou ik niet graag hebben gemist en ik kreeg de indruk dat die gedachte ook binnen de raad zelf leefde. Volgens het nu voorliggende voorstel voor een nieuw reglement van orde kan dit niet meer.

Slot
Ik hoop dat u aan het bovenstaande wat heeft bij uw voorbereiding voor de vergaderingen komende dinsdag. Ik heb getwijfeld tussen twee slotzinnen:
“Ik vertrouw op uw reactie” en
“zal wel moeten worden vervolgd”
Ik laat ze alle twee maar staan
Met vriendelijke groeten

Leo de Vreede


Brief aan gemeenteraad naar aanleiding van voorstel motiemarkt


Onderstaande brief heb ik naar de gemeenteraad en de raadsleden afzonderlijk gestuurd. De motiemarkt is bedoeld om burgers gelegenheid te geven ideeën aan te dragen. Tot nu toe heeft de raad inbreng van burgers via brieven en krant alleen maar genegeerd. Deze, en eventuele volgende brieven zijn bedoeld om te zien of de raad inderdaad waarde hecht aan de mening van burgers.


Geachte raadsleden,

In de raadsvergadering van 12 februari 2019 neemt u een beslissing over het voorstel van LPG ook in Grave een motiemarkt te houden. Het doel is de burger beter bij het bestuur van de gemeente te betrekken. Dat is een prima doel want de laatste jaren is telkenmale gebleken dat communicatie tussen alle partijen die bij het gemeentebestuur in Grave zijn betrokken gebrekkig is. Enkele jaren geleden is zelfs door en uit de gemeenteraad een werkgroep benoemd om die communicatie te verbeteren. Al snel werden de werkzaamheden beperkt tot de gang van zaken binnen de gemeenteraad zelf. Dit is nu uitgemond in een raadsvoorstel dat weer is doorgeschoven naar de volgende raadcyclus. Regelmatig hebben ik en anderen, op allerlei wijzen, er op gewezen dat deze aanpak te beperkt is en dat de burgers zelf veel meer bij dit proces moeten worden betrokken. Daarop is, afgezien wat opmerkingen in de wandelgangen, nooit op gereageerd.

De vraag is nu of het organiseren van een motiemarkt de oplossing van het vraagstuk is. Het voorstel geeft bijzonder weinig informatie over de organisatie en het resultaat. Ik heb daarom gegoocheld op “motiemarkt” en “evaluatie motiemarkt”. Er zijn heel wat gemeenten die een dergelijk evenement soms al enkele jaren organiseren. Ik heb bewust geen contact met gemeenten opgenomen omdat ik vind dat zoiets door de opstellers van een voorstel moet gebeuren en niet door afzonderlijke raadsleden en zeker niet door burgers.

Mij is gebleken dat in alle gemeenten die ik heb bekeken de motiemarkt een onderdeel is van de procedure voor de kadernota of de begroting. Het is dus geen losstaande actie maar onderdeel van een besluitvormingsproces. Ook heb ik de indruk dat de opbrengst niet overweldigend is en waarschijnlijk ook beperkt tot losstaande ideeën. In Grave is de waarde van kadernota en begroting als bestuurlijke uitspraak uitermate gering. Werkelijke problemen worden doorgeschoven door uitspraken als “nieuw voor oud”.

Een motiemarkt zou daarom niet als afzonderlijk element moeten worden georganiseerd maar ingebed in een totale heroverweging van de jaarlijks terugkerende planning en controlcyclus en dan met name de betrokkenheid van de burgers daar in. Dat zou moeten beginnen met informatie aan burgers.

Bovendien bestaan er in onze gemeente organisaties als wijk- en dorpsraden die in beleidsnota’s al zijn aangewezen als intermediair tussen gemeente en burgers. Ook organisaties als Graveon, Centrummanagement, ZLTO en sportverenigingen vervullen die rol. De vraag is of het beter structureren van die contacten niet meer effect heeft dan een incidentele motiemarkt.

Tijdens de commissievergadering werden uit de commissie zelf ook al deze opmerkingen gemaakt.  In het verslag van deze vergadering worden de opmerkingen alleen genoemd als motivering om er een zogenaamd B-stuk van te maken, zodat er over gepraat kan worden. Niet is afgesproken of en zo ja wie voor aanvullende informatie gaat zorgen.

Ik acht het daarom niet uitgesloten dat het voorstel wordt afgewezen omdat het niet beslissingsrijp is, en dat is waar. Toch zou dat jammer zijn omdat het uitgangspunt van LPG de burger daadwerkelijk te betrekken alle steun verdiend. Is er een alternatieve aanpak?

Ja, die bestaat al, er is geen raadsbesluit voor nodig en geen budget van € 10.000. Grave kent al enkele mensen die algemene interesse hebben en tonen in het reilen en zeilen van het gemeentebestuur. Tot nu toe werd hun inbreng stelselmatig genegeerd.

Op ingezonden brieven, met name in de Arena, werd niet gereageerd. Tot voor kort werden ingezonden brieven aan de raad geruisloos naar het archief verwezen. Er is een kentering zichtbaar. Ingezonden brieven aan de raad worden nu formeel voor kennisgeving aangenomen en ik weet dat er contacten zijn tussen raadsleden en lastige commentatoren. Op het gebied van de gemeentelijke financiën is er zelfs op de constatering dat de gemeente in financieel gevaar verkeert door een raadslid gereageerd met de opmerking dat de reserves nog voldoende zijn. Als je dan naar de argumenten kijkt waarop die twee verschillende meningen gebaseerd zijn constateer je dat die grote gelijkenis vertonen. Ik heb dit al eens vergeleken met de man die van 24 hoog naar beneden valt. De eerste 23 is er niets aan de hand. Maar liefst nog voor dat hij echt valt zou je een opvangkussen moeten neerleggen. Moraal: in een goede discussie gaat het om argumenten en niet om one-liners.

Dit alles geeft mij voldoende vertrouwen om het er op te wagen. Ik ga ideeën die ik heb bij u neer leggen. Ik doe dat in de vorm van formele brieven aan de gemeenteraad. Daar zult u dus op moeten reageren. Vanwege mijn interesse hebben mijn ideeën vooral betrekking op de werkwijze van de gemeente. Aanvankelijk zal het over losstaande zaken gaan. Uit mijn beroep waterbeheer weet ik dat je willekeurige stromen zo snel moet reguleren om ongelukken te voorkomen. Dat zou uitstekend kunnen in de operatie waar u zelf mee bezig bent. Het voorstel daarvoor heeft u aangehouden. Dat komt dus goed uit.

Bij wijze van voorbeeld alvast een tweetal voorstellen die je laag fruit zou kunnen noemen.

Volgorde agenda is heilig
Commissie- en raadsvergaderingen beginnen met een aantal huishoudelijke punten. Vervolgens komen de diverse onderwerpen aan de orde. In de raadsvergaderingen komen eerst de zogenaamd A-stukken en daarna de punten waarover de standpunten na de commissievergadering nog niet vaststaan. Het systeem waarop de volgorde van die stukken is bepaald is mij onbekend. Wel komt het voor dat aan het begin van de vergadering wordt voorgesteld een onderwerp waarvoor veel publieke belangstelling aanwezig is naar voren te halen. Dat is sympathiek voor degenen die verder geen interesse hebben maar vervelend voor mensen die speciaal voor een onderwerp zijn gekomen en nu de hele massadiscussie moeten uitzitten. Het kan worden voorkomen door de volgorde van de agenda bewust te bepalen. Zeker voor commissievergaderingen waarbij nog al een externen zijn uitgenodigd is dat belangrijk. Afgelopen vergadering I&B werd het agendapunt fusie naar voren gehaald ten koste van de rekenkamerrapportage. Daarvoor was de rekenkamer met 4 man gekomen. Nu zullen zij dat achteraf niet erg hebben gevonden want de discussie over die fusie zal voor die commissie best interessant zijn geweest.

Alleen voorstellen waarover men unaniem voor is en waarbij geen fractie behoefte heeft in het openbaar er iets over te zeggen kunnen tot A-stuk worden verklaard.
Hamerstuk is een gebruikelijke term voor deze voorstellen. Het gaat dan veelal om puur formele raadsvoorstellen. Het zijn ook zaken waar de gemeenteraad in de praktijk inhoudelijk geen zeggenschap heeft.

In Grave is het iets anders. Uiteindelijk is het enige advies dat commissies geven of het voorstel een A of een B-stuk wordt. A-stuk betekent dat fracties voldoende informatie hebben om hun standpunt te kunnen bepalen. Dat zij ook voor zullen stemmen is geen vereiste. Er wordt niet over gesproken. Er wordt direct gestemd en er is de mogelijkheid een zogenaamde stemverklaring af te leggen. Strikt genomen behoort een stemverklaring aan te geven waarom een lid afwijkt van de logische volgorde. Hij of zij verklaart dan waarom zij eigenlijk voor is maar toch tegenstemt of omgekeerd natuurlijk.
Aan de andere kant kan het ook belangrijk zijn een voorstel in de raad te bespreken, ook al staat vast dat het met algemene stemmen zal worden aangenomen. Het voorstel om een stimuleringsubsidie beschikbaar te stellen voor het afkoppelen van hemelwater is daar een voorbeeld van. Wel is afgedekt dat bij een enorm succes er te praten valt over verhogen van het budget. Zonder een actieve informatieronde waarbij wijk- en dorpsraden zijn betrokken hoeft op budgetoverschrijding niet te worden gehoopt. Het voorstel zelf is daarover heel vaag. Tijdens de raadsvergadering had mooi een aanzet kunnen worden gegeven aan een gerichte campagne. In Grave komt het vaak voor dat een raadsbesluit wordt aangevuld met een motie of toezegging over de uitvoering. Zie het besluit over het VGRP.

Slot
De voorbeelden die ik hier heb gegeven hebben raakvlakken met andere onderwerpen die ik binnenkort zal aansnijden. Als ik het volhoud kunt u een reeks van ingezonden brieven ontvangen. En dat zeker als anderen mijn voorbeeld gaan volgen. Dat is een extra belasting voor het systeem. Dat kan worden voorkomen als u deze actie weet in te brengen in de voorstellen voor de aanpassing van uw werkwijze. Ook dat zou al een onderwerp kunnen zijn.

Met vriendelijke groeten,

Leo de Vreede